Marten Draisma
eigenaar hoedenwinkel 'De hoed van Tijn'
eigenaar hoedenwinkel 'De hoed van Tijn'
De naamvlag voor Marten is gemaakt door vriendin Anne.
Links op de naamvlag Marten zelf, met zijn elleboog nonchalant het kader doorbrekend. (Marten hield niet van vorgeschreven beperkende regeltjes en ging graag een stukje 'over de randjes heen'.) In zijn hand het gezangenboek met de tekst 'Sei Getreu bis in den Tod' - het lied uit de 'Paulus' van Mendelssohn, dat de laatste tijd van zijn leven steeds meer voor hem ging betekenen.
En centrale plaats heeft een deel van Zuidoost-Azië, waar Marten vaak naartoe ging - eerst als reiziger die gefascineerd was door de vreemdsoortigheid van het leven daar - later, omdat hij zich daar vrij voelde van 'de ziekte'. Niet van de klachten, waartegen hij een koffer vol medicijnen meenam - hij voelde zich vrij "alsof hij er incognito was" - niemand wist daar dat hij aids had.
Terug in Amsterdam - het logo van zijn hoedenwinkel 'De hoed van Tijn', waar hij handel dreef in alle soorten hoofddeksels, als deze maar blijk gaven van stijl of bijzonder waren.
Sluitstuk van de naamdoek: witte lelies, bloemen waar Marten heel veel van hield.

