Jean Claude Letist
broascast translator/interpretor, gay activist
secretary general ILGA, glf Köln, founding member BVH, SCHULZ, Buchladen Lavendelschwert, Kölner Aids-Hilfe
broascast translator/interpretor, gay activist
secretary general ILGA, glf Köln, founding member BVH, SCHULZ, Buchladen Lavendelschwert, Kölner Aids-Hilfe
Sek 1 - januari 1991 p. 10
Adieu gevallen strijders
'Tijdens het Congres in Leeuwarden sprak Aaf Tiems een adieu uit, geschreven door Rob Pistor, waarin afscheid genomen wordt van enkele het afgelopen jaar overleden strijders voor de homo-zaak.
'Beste mensen,
Het afgelopen jaar heeft zich geopenbaard als een rampjaar. Het monster dat aids heet, en dat we tot voor kort in de verte wat hadden horen rommelen, heeft nu op onze eigen deur geklopt en het is al binnen geweest. Het heeft een ware ravage aangericht en zijn tol geeist.
Jean-Claude Letist, de eerste secretaris-generaal van de ILGA, Leen Meijboom, onze collega in het Landelijk Bestuur en de Landelijke Werkgroep Buitenland, en onze vriend Jehoeda Sofer, vroeger actief in de Landelijke Werkgroep Buitenland, de ILGA, Sek, het Roze Front en tot zijn dood journalist, schrijver en activist, zij zijn er niet meer om ons bij te staan. Drie zeer uiteenlopende persoonlijkheden, die ieder hun eigen stempel op onze beweging hebben gedrukt en hun onnavolgbare bijdrage aan de strijd van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hebben geleverd.
Als Jean-Claude het gezicht van de ILGA vertegenwoordigt, dan is de ILGA een beminnelijke, goedlachse, collegiale en vooral actievoerende organisatie, wars van bureaucratie en procedures en gericht op het doel: bevrijding van de seksualiteit in het algemeen en van homoseksualiteit in het bijzonder. De ILGA is dat natuurlijk niet. Ook daar wordt strijd geleverd, ook daar begrijpt men elkaar niet en ook daar botsen belangen. Het is aan Jean-Claude te danken dat die strijd in constructieve sfeer is gestreden en dat onder zijn hoede de organisatie is uitgegroeid tot een internationaal netwerk van meer dan honderd groepen en organisaties. Jean-Claude was tegelijk een goede vriend en een harde, creatieve actievoerder. Hij stapte op kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders af om voor het oog van de pers te wijzen op hun discriminerende houding. Hij organiseerde in het actiejaar 1984 met de mensen van glf Köln op iedere eerste zaterdag van de maand een roze wake in het drukste winkelcentrum van Keulen. Zo was Jean-Claude: met weinig middelen grote resultaten boekend, doeltreffend, creatief en confronterend.
Van Leen is in een In Memoriam geschreven dat hij de harde werker achter de schermen was. Dat is waar. Maar wat ook waar is, is dat Leen over belangrijke zaken een uitgesproken en zeer ideologisch bepaalde mening had, die hij niet onder stoelen of banken stak. Zijn verontwaardiging over het homohuwelijk was groot en oprecht. Hij wist en voelde dat deze ontwikkeling ondanks de in de kolommen van de Gay Krant breed uitgemeten schone schijn, een anti-emancipatorische is. Wie met hem over deze en andere zaken in conflict kwam, kon het erg benauwd krijgen.
Het COC en de ILGA hebben veel aan Jehoeda te danken. Hij was het geweten van het COC als het om racistische en antisemitische tendenzen ging. Jehoeda was geboren in Bagdad, was als kind met een stroom vluchtelingen naar Israel verhuisd, had een deel van zijn leven in een tentenkamp doorgebracht, had gevochten in een echte oorlog, was naar Nederland verhuisd omdat hij dacht hier als jood en als homoseksueel te kunnen leven. Hij combineerde in zich gevoel voor en solidariteit met joden en Palestijnen, met flikkers en potten. Een unieke en zinvolle combinatie. Zijn wijsheid was groot en onbegrip viel hem vaak ten deel.
Drie zeer uiteenlopende personen, drie bronnen van inspiratie zijn eigen manier. Maar ook drie mensen die met elkaar gemeen hadden dat ze er niet vies van waren om de mouwen te steken: organiseren, stencilen, demonstreren, huis-aan-huis mensen motiveren, telefoneren, spandoeken schilderen, stukken schrijven, gewoon hard werken. Het is het bekende, en ondankbare werk waarzonder geen organisatie en geen bevrijdingsstrijd kan bestaan. Jean-Claude, Leen en Jehoeda trokken er hun neus niet voor op.
Tenslotte: er is nog iemand uit het internationale werk van ons heengegaan: Jospeh Doucé. Hij is vermoord. Ook dat gebeurt er met onze mensen. Joseph Doucé was een in COC, COC-achtige en ILGA-kringen controversiële figuur. We waren het vaak niet met elkaar eens en we begrepen elkaar slecht. Hij was er altijd en streed ook binnen onze gelederen voor begrip voor zijn organisatie. Wáár is dat hij in Frankrijk een eenzame strijd voerde tegen de gevestigde orde en vóór de onderliggende gemarginaliseerde partijen: pedofielen, prostitituées, transseksuelen, travestieten, homoseksuelen. Zijn Centre du Christ Libérateur in Parijs was voor velen een laatste toevluchtsoord in een wereld die harder en onverdraagzamer is dan wij ons hier kunnen voorstellen.
Ook de Pasteur Doucé, zoals we hem allemaal kennen, verdient onze aandacht en herdenking. Uiteindelijk is hij gevallen door het zwaard van de onverdraagzaamheid, waartegen Jean-Claude, Leen en Jehoede hebben gestreden.
Laten zij ons tot inspiratiebron dienen.'
