Martin
Wijkdienstverlening, op kinderboerderij, bij bejaarden, barkeeper
voorzitter Ondernemingsraad
Wijkdienstverlening, op kinderboerderij, bij bejaarden, barkeeper
voorzitter Ondernemingsraad
Drugspastoraat & Zondagsviering Nieuwsblad 56 (1993) p. 12-13
In Memoriam Martin
Op 24 januari is een echte Amsterdammer uit de scene ons ontvallen. Martin van de Kostverlorenkade. Bij de bezoekers en staf van de SDA mensa was hij het bekendst. Daar at hij en was hij meestal te vinden.
Martin was op 1-4-1958 geboren op de Palmgracht tijdens de Kermis. Hij en zijn zus Marian werden als kinderen nogal eens buitengesloten. Maar dat veranderde toen Martin ging voetballen. Thuis was er geen prettige sfeer, altijd een soort ondergrondse ruzie en Martin's zus trouwde al op haar 17de om maar weg te zijn. Op zijn 13de was Martin alleen thuis en zat op de Mavo. Voetbal, verliefdzijn en hasj waren de belangrijkste dingen in zijn leven. De 4de klas Mavo was zo gezellig met zijn boezemvriend, dat ze besloten allebei te blijven zitten. Daarna deed Martin de HAVO op een school aan het Vondelpark.
Toen hij 17 werd verhuisden zijn ouders naar Lelystad en werd Martin kamerbewoner. Hij ging met Lilian in de Rozenstraat wonen en daar begonnen ze met speed en later coke. Ze dealden maar na 5 jaar kapte Martin ermee en kickte af in Parkwegbinnen. Hij werd voorzitter van de ondernemingsraad van de Stichting Wijkdienstverlening aan de Prinsengracht en ontmoette daar zijn nieuwe vriendin. Na 3 jaar ging het weer mis. Toch had Martin allerlei banen intussen. Hij werkte 1 1/2 jaar bij een kinderboerderij, 2 jaar bij bejaarden en werkte als barkeeper in talloze kroegen o.a. in de Kinkerstraat. In die tijd had hij een Portugese vriendin Ataide. Ook dat liep na een tijdje af.
Op een dag zag hij zijn zus onder invloed op een tramhalte. Het bleek dat er heel slecht nieuws was. Hun moeder bleek maanden daarvoor aan kanker te zijn overleden zonder dat Martin op de hoogte was gesteld. Dit was een grote klap voor Martin daar kwam nog bij dat hij te horen kreeg seropositief te zijn. Dit kon hij bij elkaar niet meer verwerken en begon te drinken en te gebruiken, ondertussen bleef hij zoeken naar liefde en begrip en zoeken naar een moeder of vader figuur die echt liefde kon geven.
Ik sprak hem over deze dingen herhaaldelijk in de mensa of bij hem thuis, maar het kontakt lukte niet altijd goed als hij te stoned of dronken was voor een gesprek of als hij onder invloed de afspraak alweer vergeten was. Uiteindelijk ging hij een maand of 7 geleden als laatste redmiddel naar de Coda en vandaar naar Warder. Hij deed het er 6 maanden zeer goed en schreef er een uitgebreid dagboek. Citaat "Beter een gat in je hand dan een gat in je kop". Martin maakte Warder niet af, hij kon er niet tegen dat sommige mensen stiekem deden.
In Amsterdam lukte het hem toch weer niet op zijn woning. En zo werd hij de 24ste dood gevonden. Vreselijk jammer van zo'n goeie vent. Met zo'n goed hart.
Op St. Barbara werd hij uitgeleidde gedaan door veel vrienden en bekenden. Frank van het SDA sprak een afscheidswoord. Warner bad het 'Onze Vader' aan Martin's graf.
Martin we zullen je missen!
Rust zacht.
Ricus Dullaert
