Drugspastoraat & Zondagsviering Nieuwsblad 27 (1991) p. 12
In Memoriam Ibrahim
Op 3 augustus 1991 werd het levenloze lichaam van Ibrahim uit het IJ opgedregt. Ibrahim had waarschijnlijk al twee dagen in het water gelegen.
Zo kwam een leven vol moeilijkheden ten einde. lbrahim was in 1951 in het Egyptische Alexandrië geboren als zoon van Palestijnse vluchtelingen. Als jongeman streed hij mee in de PLO en moest om die reden uiteindelijk Egypte ontvluchten. Al 16 jaar was deze ontheemde in Nederland. Nooit kreeg hij hier een verblijfsvergunning wat misschien ook met zijn PLO aktiviteit van doen had. Het leven lukte hem hier niet en hij raakte aan de dope en de drank.
Ibrahim was een regelmatige bezoeker van de zondagsvieringen en kon zich volop in de discussie mengen, hij was een oecumenische geest, die inzag dat Moslims en Christenen broeders horen te zijn. Als Arabier had hij een groot eergevoel en als dat gekwetst werd kon hij aggressief en onhandel baar worden. Deze aggressie veroorzaakte ook dat hij op 29 juli jl. levenslang geschorst werd bij de GG&GD, na een steen door de ruit te hebben gegooid. Een te zware straf naar de mening van sommigen, want Ibrahim was altijd de eerste om zich na een woedeaanval weer te komen verontschuldigen.
Over de toedracht van zijn te water raken tast iedereen in het duister. De politie heeft geen sporen van geweld op zijn lichaam gevonden. En Ibrahim was levenslang geschorst en seropositief. Toch geloven enige mensen die hem goed kenden niet dat hij zelfmoord zou plegen. Sommigen beweren dat hij schulden had bij niet ongevaarlijke personen en dat dit al de negende persoon is die dood in het IJ wordt gevonden. We hopen dat de ware toedracht nog ooit duidelijk wordt.
Op 16 augustus heb ik een gebedsdienst voor Ibrahim aan zijn graf gedaan. Ik las daarbij een gedeelte uit de Koran voor (Sura 3, vers 190-195). Daar staat o.a.
"Niet zal ik verloren laten gaan het werk van welke werker ook onder u, mannelijk of vrouwelijk, gij behoort aan elkander. Zij dan die uitgeweken zijn en uitgedreven uit hun woningen en krenking hebben geleden op Mijn weg, en gestreden hebben en gedood zijn, van hen zal ik hun slechte daden uitwissen en ik zal hen binnen voeren in Gaarden (tuinen = het Paradijs), onder door welke rivieren stromen, als beloning vanwege Allah. En Allah bij hem is schone beloning."
We wensen Ibrahim de vervulling van deze belofte van harte toe.
Bijzonder was nog dat op de begraafplaats nadat wij het 'Onze Vader' hadden gebeden een onbekende Moslim kwam aanlopen. We verzochten hem een gebed uit de Koran te bidden wat hij terstond deed. Het bleek later bij het gesprek bij de koffie een gevluchte Iranier te zijn, wiens vrouw bij een bombardement in Iran was omgekomen. Nu bad hij hier voor andere overledenen. Hij kwam op de begravenis van Ibrahim als een door God gestuurde engel.
Ibrahim, rust in vrede!!!
Ricus Dullaert
