Drugspastoraat Nieuwsblad 167 (2004) p. 19-21
In Memoriam
Op 16 april 2004 hebben we afscheid genomen van lrene in de aula van de begraafplaats St. Barbara. Daarna is ze begraven in het graf van het Drugspastoraat. Irene was al een paar maanden ernstig ziek, maar ze wilde niet behandeld worden. Ze wilde graag thuis sterven. Haar moeder was uit Frankrijk gekomen om de begrafenis bij te wonen. We lazen uit Psalm 43. Het is een noodkreet, waarin we de moeite van Irene in die moeilijke laatste maanden van haar leven herkenden.
'De vijand jaagt achter mij aan,
hij richt mij te gronde,
sluit mij op in duistere oorden.
Ik verlies bijna de moed,
in mijn binnenste verstijft mijn hart.
Antwoord mij snel, Heer, ik bezwijk;
wend toch uw gelaat niet van mij af
Laat mij vroeg in de ochtend uw liefde vernemen,
want ik stel vertrouwen in U.'
Zuster Andrée-Julienne sprak het volgende In Memoriam uit.
Irene was een bijzonder vrouw, of zoals Ricus het uitdrukte, een kleurrijke vrouw. Als je met haar te maken had, kon je niet om haar heen.
Irene is in Frankrijk geboren, vlakbij Parijs. Aan haar kinderjaren bewaarde ze niet veel mooie herinneringen. In haar beleving voelde ze zich niet geaccepteerd. Zij is min of meer door haar oma opgevoed, met wie ze een sterke band had. Die oma leeft nog. Zij is 97 jaar.
lrene was begonnen met een opleiding tot apothekersassistente die ze afgebroken heeft. Via Engeland en België is ze in Duitsland gaan wonen. Zij was toen met een Oostenrijkse man getrouwd. Ze is van hem gescheiden en opnieuw getrouwd met een Duitser. Uit dit huwelijk is Pascal geboren, die nu ongeveer 27 jaar is. Toen het kind 1 jaar was, heeft Irene hem naar haar vader in Zuid-Frankrijk gebracht, beseffend dat zij niet voor hem kon zorgen. Kort daarna is ze in de gevangenis beland voor een aantal jaren. Deze ervaring heeft sporen achtergelaten. Toen zij in de Wormerveerstraat kwam wonen, liet ze me een soort hek zien dat voor het raam was aangebracht - voor de veiligheid. Dat deed haar denken aan de bajes.
17 of 18 jaar geleden kwam ze naar Amsterdam. Heel gauw kwam ze in contact met Anton, die een meubel project in de Nassaukerk runde. Zo kwam ze een heleboel mensen tegen die bij de projecten van de kerk betrokken waren; bijv. Filah waar zij regelmatig kwam eten. Na een tijd met Sydney samengewoond te hebben, moest ze verhuizen. Sydney ging naar Friesland. Er is toen vanuit het Drugspastoraat hard gewerkt aan het verkrijgen van een verblijfsvergunning en een uitkering.
Ik heb nog herinneringen aan een bezoek met haar aan de woningbouwvereniging. Op straat begon ze te schreeuwen. Ik werd ook hartstikke boos. Zo ging dat...
Ik heb lrene in 1995 leren kennen. We gingen naar Lourdes met het drugspastoraat. Zij had Ricus Dullert leren kennen toen hij nog in de Staatsliedenbuurt werkte. Ricus kon in baar ogen geen kwaad doen. Ik moest wel lachten als zij 'Rikoes' zei. Daarna heb ik haar regelmatig bezocht. In die tijd ging het vrij goed met haar. Haar huis was piekfijn in orde. Als ik kwam, kocht ze altijd een gebakje. Later had ze ook poesjes, die door haar verwend werden. Het was heel aandoenlijk. Zij hield van dieren. Ze was ook erg gesteld op Sophie, de hond van haar buurman Joop.
In 2000 veranderde de situatie. Ik was niet meer welkom... Ik begreep dat er iets aan de hand was. Zij had me toen al verteld dat er kanker bij haar geconstateerd was.
Tot twee maanden geleden: een noodkreet. Ze was zo ziek, en of we konden komen. Het was afschuwelijk om haar zo te zien. Ze had al die jaren iedere behandeling geweigerd. Tot de dag voor haar dood weigerde ze ook een ziekenhuisopname. Gelukkig waren de buren erg betrokken. Wij hebben wat heen en weer gebeld met Joop. Het deed ons goed om met hem te overleggen. Zondag hebben we ook Gerrit ontmoet, die Irene dood vond op de bank.
Irene had te kennen gegeven, thuis te willen sterven. Zo is het ook gegaan. Maar wij hadden haar toch iets anders gegund. Irene, ik hoop dat je nu verlost bent van alle pijn en verdriet.
Andrée-Julienne
