Mario HERDENKING

Mario


*
14 Oktober 1964, Amsterdam
8 Maart 2004, Amsterdam

HERDENKING
HET LEVEN IN BEELD
NALATENSCHAP

Drugspastoraat Nieuwsblad 166 (2004) p. 17-19

In Memoriam

Op 16 maart hebben we in besloten kring afscheid genomen van Mario Groen op Barbara. Mario was al een poos erg ziek. Hij wist dat hij zou sterven. Voor hem hoefden maar een paar mensen bij zijn begrafenis te zijn: zijn ouders en broer, oom, tante en een neef. Met elkaar hebben wij Mario in muziek, in het aansteken van de kaarsen en in het spreken van enkele woorden herdacht. Jonny liet het nummer van Prince, Sign 'o' the Times horen, en de moeder van Mario, Ria, liet het nummer van Willy Alberti horen: De glimlach van een kind. Joop, zijn vader, had de tekening gemaakt die op de omslag van het liturgieboekje stond: een echt Amsterdams doorkijkje. Van Mario zelf hoorden we muziek van The Doors, When You're Strange en The Whiskey Song. Bij het graf hebben we gebeden. De pijn van zijn gemis werd gevoeld, maar we waren blij dat we op een goede manier van hem afscheid hebben kunnen nemen. Als herinnering aan Mario sprak ik de volgende woorden:

© Joop,

Mario was een jongen die naar buiten toe in de realiteit wilde leven. Hij wist al te goed hoe de wereld tegen druggebruikers aankeek. Wij wist wat het betekende om een dodelijke ziekte te hebben. Met soms zwarte humor droeg hij zijn leven en zijn leed.

Ik herinner me hoe hij een keer sprak over de Harscamp in Baarn. Keer op keer ging hij erheen. Telkens werd hij geschorst omdat hij te laat van verlof terug kwam. Hij zei: "Als ik daar weer heen ga, zullen ze wel denken: nou ja die Mario, hij verprutst het toch wel weer". "Oh ja," vroeg ik, "waarom denk je dat?” "Nou, omdat ik het inderdaad elke keer weer verpruts." "Hoe doe je dat dan?" "Dan ga ik weg, ik heb dan gewoon trek en ik kom te laat terug," maar, zei hij, "ik ben ook zo onhandig! De anderen doen het zo dat het niet opvalt, maar Mario de lul komt dan altijd net te laat. En niet dat ik dan onopvallend naar boven ga, maar dan kom ik met jas en al binnen, net als iedereen zit te eten. 'Hallo hier ben ik!' Ja, dan valt het wel op dat ik ben weg geweest. Ik ben ook altijd te laat. Die trein naar Baarn gaat maar eens per half uur en in Baarn raak ik zó de weg kwijt. Mijn vader kan overal de weg vinden, maar ik kan me gewoon niet oriënteren."

Mario kon om zichzelf lachen. Maar hij was ook hard. Dat wil zeggen, hij had z'n trots en liet zich niet kennen. Hij strompelde een keer naar de lift om te gaan roken. Ik zei, "wil je geen rolstoel?"' Mario zei "Nee, ik laat me niet kennen."

Mario liet zich niet kennen. Ook niet in de manier waarop hij naar het komende einde keek. Hij wist dat hij zou sterven. Hij zei: "Het is gebeurd met Mario." AIs ik er over wilde doorpraten, hield het op. Geloven in een leven na de dood, bang zijn, hoop hebben: Mario Iiet zich niet kennen. Hij zei: "Ik zou het schijnheilig vinden als ik nu ineens over God zou praten.” Net alsof er iemand achter de bosjes vandaan zou kunnen springen om hem daarvan te beschuldigen. Maar Mario bleef consequent en hij droeg de realiteit met een donkere humor. Bij de begrafenis wilde hij muziek laten spelen van Morrissey, of The Smiths 'Take me to the morgue, little shallow grave'. Breng me naar het mortuarium, een klein ondiep graf. "Maar ja," zei hij, "het is wel een beetje morbide, misschien niet zo gezellig." Hij vond het in ieder geval een steengoed nummer. Jammer genoeg kon ik deze muziek niet vinden voor de begrafenis. Mario kon er mee leven. Hij kon zich wel voorstellen dat we uiteindelijk iets anders zouden vinden.

Humor, hard, hij liet zich niet kennen. Liet hij zich helemaal niet kennen? Toch wel. Zoals aan Ria, zijn moeder. Met haar had hij een speciale band. Een keer vroeg hij: "Kun je me vergeven voor alles wat ik jullie heb gedaan en aan zorgen heb gegeven?" Ria zei: "Ach, jongen, dat ben ik allang vergeten. Ik onthoud de leuke dingen."
Mario liet zich wel kennen voor wie hem kenden. Een mens, een kind, ruw en hard, en met liefde voor wie hem nabij stonden.

Mario, moge hij in vrede rusten in de liefde van God.

pastor Gerson