Bart HERDENKING

Bart


*
5 April 1949, Driebergen
1 Oktober 2003, Amsterdam

HERDENKING
HET LEVEN IN BEELD
NALATENSCHAP

Drugspastoraat Nieuwsblad 165 (2003) p. 14-17

In Memoriam

begrafenis: Begraafplaats St. Barbara, 7 oktober 2003
Op 7 oktober hebben we in een fijne en waardige rouwdienst afscheid genomen van Bart, waarna hij - zoals hij het zelf wilde - begraven is 'bij bekenden en vrienden' op St. Barbara, in het graf van de Crypte. Bart is overleden in het ziekenhuis, waar hij ook de ziekenzalving heeft ontvangen.

Aan het begin van de dienst stak de moeder van Bart de Paaskaars aan. Het was de oude Paaskaars van de Crypte, die Bart sinds Pasen 2003 op zijn kamer in de Veste in bewaring had. Nu brandden we deze kaars voor Bart, als een teken van Gods licht en warmte en waarvan we hopen dat Bart in dat licht en die warmte is opgevangen en rust gevonden heeft.
Tijdens de dienst droeg Linda, een nicht van Bart, het volgende gedicht voor.

Mijn oom sterft, als ik zijn hand vasthoud.
Voel zijn botten door zijn huid heen steken.
Ik zoek naar woorden, maar hij kan niet spreken,
En is bij elke ademtocht benauwd.

Dus schud ik zijn kussen en verschik de deken
Waar hij met krachteloze hand in klauwt.
Ik blijf zijn nicht al word ik eeuwen oud
En blijf als kind voor eeuwig in gebreke.

Wij volgen één voor één hetzelfde pad,
En worden met dezelfde maat gemeten.
Ik zie mezelf nu bij zijn bed gezeten.
Zoals hij in zijn bed lag,
Straks is hij weg en heeft hij nooit geweten
Hoe machteloos ik hem heb liefgehad.

Uit de bijbel lazen we het verhaal van twee vrouwen die als Jezus gestorven is, naar zijn graf gaan kijken. Daar horen ze van een engel dat ze niet bang hoeven te zijn, omdat Jezus tot leven is gewekt. Als ze weggaan ontmoeten ze Jezus zelf, die ook tegen hen zegt: "Wees niet bang". Wat Bart in deze tekst aansprak was de zin die twee keer klinkt: "Wees niet bang."

Bart had vroeger onverschillig tegenover het leven gestaan. Maar toen hij eenmaal met het HIV virus besmet was, is hij vol overgave de strijd tegen de dood begonnen. En waar dood en leven met elkaar in aanraking komen, daar heb je ook angst. Want je weet dat je uiteindelijk alleen over die grens heen moet. Bart vertelde mij dat hij al zo vaak in die kist gelegen had, dat hij nu niet meer bang was. Ook had hij de rust van zijn vader gezien toen die stierf. Bovendien geloofde hij in God. Bart was aan het idee van de dood gewend. Hij was er van overtuigd dat hij niet bang hoefde te zijn. Maar toch... Die weg naar de andere kant en de zekerheid dat hier je strijd voorbij is... Voor iedereen is dat een weg die met angst en spanning tegemoet gezien wordt...

Door het verhaal van de vrouwen bij het graf denk ik dat die angst niet eens zozeer met de dood op zich te maken heeft. Misschien heeft het meer te maken met de vraag of het echt waar is dat het leven daarna verdergaat.
Wanneer de vrouwen horen dat Jezus niet dood is maar leeft, zijn ze bang - er komt iets nieuws en onverwachts op ze af! Iets wat ze niet kunnen bevatten: zou de dood dan niet het einde zijn?!

Het wordt al dag in het verhaal. In die overgang tussen duisternis en licht, krijgen we te horen dat de dood niet het einde is. Dit is zo iets groots en raars dat je schrikt en bang bent. Er moet iemand zijn die zegt: je hoeft niet bang te zijn. En toch ben je het. Dat is niet raar, dat hoort bij ons mens-zijn. De leerlingen van Jezus zijn het ook. Het hoort bij iedereen die op de grens tussen dood en leven, tussen nacht en dag leeft. De grap is alleen dat de angst voor de dood nu wordt omgedraaid. Je was bang voor de dood, maar dat hoeft niet meer.

Want het is niet de dood die je ziet, maar het leven. Het valt niet mee om ons aan dat idee over te geven. Toch kunnen we er wel onze steun uit halen, zoals Bart, en de vrouwen in het bijbelverhaal. Hoe meer we er met elkaar over praten, hoe meer steun het geeft. Dan weten we dat we er niet alleen voor staan. En altijd, zolang wij mensen zijn en zolang wij nog niet zelf over die grens gaan, zullen we daar met een mengeling van angst én vreugde over vertellen.

pastor Gerson Gilhuis

Bianca las ook een gedicht voor.

Bij mij mag je huilen.
Bij mij mag je zijn met je verdriet.
Heb je behoefte om te huilen?
Ik zal de laatste zijn die je dat verbied.
Ik luister naar je zorgen.
Ik verdiep me in jouw pijn.
Ben je bang voor de dag van morgen?
Ik weet dat bij mij jezelf kan zijn.
Ik stel jou ook geen vragen,
omdat ik het niet beter weet.
Ik zal je ook niet plagen,
maar ik denk dat je dat wel weet.
Samen zijn we in stilte
een regenboog voor jou. Ik hoop dat je 'm ziet.
Laat mij de warmte zijn in jouw kilte.
Laat mij een troost zijn in jouw I ons verdriet...
 
Alleen! ALLEEN
een enkel woord,
een klein gebaar
houdt je op de been.
Je voelt je een moment
even niet zo alleen...

Veel mensen in De Veste verloren in Bart een goede vriend. Daarover gaat het volgende gedicht, dat ook in de dienst werd voorgelezen.

Amsterdam, 1 oktober 2003

Helaas op deze dag overleed onze bewoner, Bart
Een man met een gouden hart
Je kan vechten tegen een ziekte als geen één
Maar staakte de strijd en ging heen

Ook voor Bart was er een plaats op De Veste
Een veilige plek om te wonen, leven was het beste
Weg van de onveilige straat
Die zit vol met haat

De laatste keer dat ik Bart sprak,
was over stelen op zijn kamer
Ik stelde hem weer op zijn gemak
En hij werd kalmer

Bert namens de Bewonersraad De Veste
Wensen wij jou op je reis het beste
Hopelijk zien we elkaar weer
Boven bij onze Heer

Wat valt er verder nog te zeggen
Over overledenen niets dan goed
Het is vaak moeilijk uit te leggen
Ik ben blij dat ik je heb ontmoet

Je was mijn buurman en mijn vriend
Zo vroeg had je dit niet verdiend
Maar toch moest het zo zijn
Je voelt nu geen pijn

Maar de pijn beste Bart
Leeft in de mensen hart
Mensen zoals ik of ik moet me vergissen
Bart ook jou zullen we missen

Namens de Bewonerscommissie:
Henk, Theo, Alice, Ton