Carel
kok
kok
Pastoraal Nieuwsblad 161 (2002) p. 17-20
In Memoriam
Op 9 december hebben we in een volle kapel op St. Barbara afscheid genomen van Carel Vreedenburgh. Met zijn enige broer, en vele vrienden en bekenden en medewerkers van de Veste, het Drugspastoraat en de Regenboog hebben we voor een waardige en warme afscheidsdienst gezorgd.
Zijn broer Hans liet een prachtig lied horen dat hij zelfgeschreven en gecomponeerd heeft. Het lied heet 'Life Goes On' en is aan Carel opgedragen. Elders in dit blad hebben we het afgedrukt. Er waren veel mensen die wat wilden zeggen. Carel had van velen het hart geraakt. Zo spraken voor de Veste Ingrid, van het drugspastoraal vertelde Selma over de Lourdesreis van 2000. Zijn buddy Esther las een gedicht voor.
Andrée-Julienne die Carel al zeven jaar kende sprak een In Memoriam uit, waar hier een stuk van volgt:
“Toen ik zeven jaar geleden Carel leerde kennen in de Gastenburgh was hij er slecht an toe. Hij kon amper recht zitten en zijn geheugen liet hem in de steek. Langzamerhand is hij opgeknapt en als ik iedere week op bezoek kwam, hoefde ik niet mijn naam te zeggen, maar hij begroette mij met een opgewekte stem: “Andrée, wat leuk dat je er bent!”
Carel heeft me verteld over zijn jeugd in Den Haag, zijn koksopleiding onder andere in Colmar in Frankrijk. Hij was trots toen hij vertelde dat hij in een restaurant had gewerkt.
Maar toen kwam de dope. Eens vroeg ik aan Carel “voel je je niet gevangen, hier in de Gastenburgh?” Hij zei: Nee, maar ik ben wel gevangen door de drugs. Een paar keer heeft hij ook duidelijk gezegd “was ik er maar nooit aan begonnen”, maar vijf minuten later zat hij te dromen van de witte bolletjes.
Carel was een charmeur, maar hij kon ook doordrammen en moeilijk zijn. Na een paar keer geschorst te zijn uit de Gastenburgh heeft hij gekozen om in de Veste te komen wonen.
Voor mij is de band met Carel met Carel heel bijzonder. Ik ben hem dankbaar daarvoor.
Ik zal je niet vergeten.”
Uit de afscheidsdienst bleek dat je over Carel boeken vol met verhalen zou kunnen schrijven. Carel kwam op mij over als iemand die ontzettend intensief wilde leven. Het leven helemaal uitleven en hoe ziek je ook bent je er niet helemaal door laten ondersneeuwen. Carel was een zeer bijzonder man die je het gevoel gaf dat er door alle ellende heen veel te lachen viel in het Ieven. Niet in de laatste plaats lachen om je eigen situatie. Carel kon dat als geen ander en dat maakte dat het vaak fijn was om bij hem te zijn en leuk om met hem te praten.
Tijdens een van onze gesprekken vroeg ik aan Carel hoe hij over God dacht. Hij zei: ik geloof niet in één God. Er zijn er velen. Ik vroeg hoe zijn God eruit zag. Hij zei: "God heeft een baart. Maar, de God waar ik in geloof is vooral een vrouwvriendelijke God." Carel verklaarde een zwak voor vrouwen te hebben. Carel vond dat je respect voor vrouwen moest hebben. Te vaak had hij gezien dat vrouwen niet goed werden behandeld werden. Carel wilde dat vrouwen zich bij hem prettig voelden. En hoewel Carel door zijn slechte gezondheid en zijn rolstoel de laatste tijd behoorlijk beperkt werd, slaagde hij daar eigenlijk altijd in…
Bij ons dagje uit naar de Beekse Bergen was er een vrouw die op een goed moment zijn rolstoel duwde. Toen ze hem vertelde hoe ze heette, riep Carel, "Wat een mooie naam!" En even later zong hij haar naam luid uit en riep hij "I love you". Zo kreeg hij ons aan hel lachen. Vrouwvriendelijkheid en humor. Carel had het zeer goed in de vingers.
Toen we een keer over de hemel praatten, over een leven na de dood, vertelde Carel dat hij wel een paar testen zou moeten doen voor hij naar binnen kon komen:
Hij moest eerst bewijzen dat hij kon koken: Carel zou boef bourguignon maken met een saus van Cognac. Als kok was dat zijn specialiteit. Voor hem het lekkerste wat er was. Daarna zou hij moeten bewijzen dat hij vriendelijk voor de vrouwen was geweest. Dat zat ook wel goed.
De derde test dat wist hij nog niet zo goed, wat het was. Maar omdat hij in de hemel alles tegenkwam wat hij lekker vond, vroegen we ons wel of je in de hemel ook zou kunnen gebruiken.
Carel hoopte op misschien een heel klein beetje...
Ik wist het nog niet zo. Misschien is het daar al zo goed, dat je het niet meer nodig hebt.
Toen Carel in de Veste lag opgebaard, had hij een witte roos en een basepijpje in zijn hand. Symbolen voor hoe hij in het leven, in dit leven stond. Liefde voor het leven en de liefde voor de dope. Twee dingen die elkaar soms in de weg stonden, maar die hoorden bij wie Carel was. Twee dingen die misschien wel zó bij zijn leven hoorden dat ze samen op gingen. Maar die toch ook spanning opleverden, voor hem, maar ook voor de mensen om hem heen. Spanning waar ook veel pijn en verdriet aan vast hebben gezeten. Feit is dat zoals Carel daar lag, met de roos en het basepijpje in zijn handen, beiden eindelijk tot rust waren gekomen.
Moge die rust en de hartstocht waarmee Carel in het leven stond hem op zijn laatste reis begeleiden. Naar een wereld waar het voor een ieder goed is, en waar hij in Gods liefde wordt opgenomen.
pastor Gerson
