René HERDENKING

René


*
12 Februari 1960, Amsterdam
6 September 2002, Amsterdam

judoka

HERDENKING
HET LEVEN IN BEELD
NALATENSCHAP

Pastoraal Nieuwsblad 160 (2002) p. 18-21

In Memoriam

Op woensdag 11 september hebben wij op begraaftpaats St. Barbara afscheid genomen van René. René is op 6 september overleden in het Slotervaartziekenhuis. Een paar weken eerder was hij ernstig verzwakt in het ziekenhuis opgenomen. Hoewel hij vocht voor wat hij waard was, heeft René het niet meer gehaald. René was helemaal op en kon niet meer. René is in die laatste weken niet alleen geweest. In het ziekenhuis is hij vaak door zijn zussen opgezocht. Ook Ben en ik zijn hem regelmatig wezen opzoeken. René werd in zijn kamer in het ziekenhuis omgeven door bloemen, kaartjes uit de Crypte en een flesje Lourdes-water. Dat gaf een goed gevoel. Nu hij in het ziekenhuis lag, kwam hij weer wat bij zichzelf, zo zwak als hij was. Als je samen met hem was, zag je weer een spoor van de echte René, met zijn humor en zijn nukken.

Bij de begrafenis van René hebben we in een heel persoonlijke viering bij het leven van René stil gestaan. Zijn oudste broer Rob haalde de moeilijke kanten van zijn leven aan. Hoe de vroeger potige René, door een blessure zijn sportieve aspiraties in het judo moest opgeven. René had de pech dat hij gaandeweg aan de drugs raakte en er niet meer uit kwam. Zijn zus Marja haalde dierbare herinneringen op aan van vroeger toen ze veel leuke dingen samen met René had beleefd. We luisterden naar mooie soulmuziek waar René van hield. Berthy las een gedicht en Freek zong een lied dat hij speciaal voor René had geschreven. Vanuit het drugspastoraat had Ben de laatste jaren het meeste contact met René gehad. Hij sprak een in memoriam uit dat hieronder is afgedrukt.

Na dit in memoriam komt een stukje dat ik heb uitgesproken. Over 'rust vinden', in het 'jezelf zijn'.

In Memoriam René
Pas wanneer iemand overleden is, kun je de balans opmaken. Aan René’s leven kan niet meer worden afgedaan of toegevoegd. Het is gegaan zoals het gegaan is. Zijn leven heeft de loop gegaan die het kennelijk moest gaan. Niemand van ons heeft daaraan iets kunnen veranderen. Ondanks de diepe sporen van verdriet en ellende die René door zijn manier van leven bij anderen aanrichtte, was René een mensenkind.

Tijdens de Lourdesreis 2000 heb ik René leren kennen. Nog zie ik voor mij hoe jij met de vaandel van de Petrus en Paulus Crypte Amsterdam onze groep aanvoerde. Jouw hele gezicht glunderde van trots. Aan alle activiteiten deed je mee. Een week lang uit het dagelijkse leven in Amsterdam temidden van andere gebruikers. René was van verre af herkenbaar vanwege zijn narrenmuts fel gekleurd met belletjes. Een week van plezier en ernst. Jij vertelde dat jij door de onderdompeling in het water van de bron gedoopt was. Wat heb je van deze week genoten.
Het blauwe herinneringskruisje heb je vanaf die tijd aan een ketting om je hals gedragen.

Heel vaak hebben wij samen herinneringen opgehaald en gelachen en dan kwam er weer eens een twinkeling in je ogen. Wij konden het goed vinden met lekaar. Mijn bezoeken aan jou waren volgens jou altijd te kort. Jij zette een pak thee en at met groot gemak een heel kerstbrood op. Ik hoop dat ik jou een beetje warmte heb kunnen laten voelen. In ieder geval heb ik ook onze ontmoetingen als fijn ervaren.

Toen ik op zaterdagavond om 24 uur het bericht kreeg dat René donderdagnacht in het Slotervaart ziekenhuis was opgenomen en naar mij vroeg. Ik ben er meteen heen gegaan. Zijn beide zusters, Sonja en Marja waren bij René en hebben hem de laatste twee weken bijna niet meer alleen gelaten. Herinneringen werden opgehaald over toen René nog jong was: er werd daarbij gehuild en gelachen. René sprak over het verdriet en de oijn die hij zijn familie had aangedaan. Het was hem aan te zien dat hem dat pijn deed en het was goed te zien hoe zijn zusters hem dat konden vergeven.

In een gebed heb ik God om kracht gevraagd voor René en om vergeving voor al het slechte dat hij in zijn leen gedaan heeft.
Omdat ikm geloof in een barmhartige en liefdevolle God, geloof ik dat hij het mensenkind René, wiens leven gegaan is zoals het gegaan is, liefdevol opneemt in Zijn Rijk, zodat René rust en geluk vind die hier in zijn aardse leven niet heeft gevonden.

Ik hoop dat zijn broers en zusters en wij allen troost kunnen vinden in deze gedachte en dat zij zich het goede aan René zullen herinneren.

René, dat jij mag rusten in vrede temidden van vele bekenden van jou die een zelfde soort leven hebben gehad als jij. Ook hen gedenken wij.

Ben

Na Bens in memoriam sprak ik een paar woorden onder meer over 'rust zoeken'. Hier een stuk daarvan:

Rust zoeken, rust vinden, zijn juist in de dagen van een definitief afscheid belangrijke woorden. Niet alleen om uit te drukken wat René nu gevonden heeft, maar ook om aan te geven wat je misschien zelf hoopt te vinden. Ik geloof dat we in onze herinnering aan iemand ook al iets van die rust kunnen zoeken.

Bij René geloof ik dat de rust er vooral op die momenten was waarin je hem door de verslaving heen voor alles als gewoon 100% René beleefde. Er was een René achter de verslaving, achter de ziekte, achter de eenzaamheid. Een René die je kent uit de tijd dat hij klein was. Of als jongeman een potige en jonge kerel die jeugdkampioen judo werd. Maar ook bij de René die verslaafd was, waren zeker momenten waarop je kon zien hoe graag René gewoon René wilde zijn en het ook daadwerkelijk was. Ik meende dat bijv. te zien in de zorg waarmee hij een kop thee voor mij kon zetten toen ik een keer onverwacht bij hem op bezoek kwam. Of in de bezorgdheid in zijn stem toen hij naar de gezondheid van Greta vroeg, of in zijn platte humor als hij het over zijn katheter had die hem zo ziek als hij was toch enorm in de weg stond. René wilde ten diepste gewoon René zijn, en door alles heen kon je dat soms heel duidelijk zien. Misschien is dát een vorm van ultieme rust, wanneer je je ware ik kunt laten zien. In dat verlangen was hij voor mij gek genoeg weer een voorbeeld, omdat het mij óók lang niet altijd lukt om die rust, dat punt van jezelf zijn te vinden.

Het is in en in verdrietig dat hij en wij niet meer hebben kunnen genieten van wie hij echt was. Maar wij - en René had daar zelf in elk geval een heel sterk gevoel voor - hopen en vertrouwen dat hij nu op een plek is waar hij in alle rust geheel zichzelf kan zijn en in vrede op ons wacht.

René – die ‘kanjer’ -, hij rust zacht.

pastor Gerson