Hader HERDENKING

Hader


6 Juli 2002, Amsterdam

HERDENKING
HET LEVEN IN BEELD
NALATENSCHAP

Pastoraal Nieuwsblad 159 (2002) p. 26-27

In Memoriam

Gestorven op zaterdag 6 juli 2002 in het Flevohuis,
en begraven op donderdag 11 juli op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam

Hader woonde 5 jaar lang in Kliniek I van het Flevohuis, en daar leerde ik hem kennen in 1999, toen Ricus Dullaert mij vroeg hem en anderen daar regelmatig te bezoeken. Hij bewoog zich toen voort in een rolstoel. Na een vrij lang ziekenhuisverblijf in het OLVG bewoog hij zich helemaal niet meer voort, maar lang op bed. Dat heeft hij een paar jaar lang volgehouden. Want Hader was een knokker, die niet zo maar opgaf. Het bed werd overdag geplaatst in de huiskamer, zodat hij bij alles en allen betrokken werd, en er ontging hem dan ook niets van wat er in de huiskamer plaats vond. Geleidelijk kwam daar echter verandering in doordat hij vaak ook overdag in slaap viel; en de laatste weken van zijn leven kwam hij niet meer in de huiskamer, maar bleef in zijn eigen kamer.

Zo is er heel geleidelijk een eind gekomen aan het leven van deze Colombiaanse jongen, nog zo jong, maar tegelijk ook zo volleerd in de kunst van het ziek zijn. Hij genoot ervan als je langs kwam en hem een sigaretje presenteerde. Wat hij zei kon je maar met moeite verstaan; in het begin dacht ik dat dat aan mij lag, tot ik merkte dat niemand hem echt goed verstond. Maar iemand niet goed kunnen verstaan is niet hetzelfde als iemand niet goed kunnen begrijpen; en Hader liet zich heel goed begrijpen in zijn hunkering naar aandacht en liefde, die nooit sentimenteel was, ook al kwamen er vaak tranen in zijn ogen. Hij kon ook grapjes maken, hield van de lol, en stak in het ziekenhuis wel eens stiekem een sigaretje op tot grote ontstentenis van het verplegend personeel. Hader werd tot een jongen die weinigen konden verstaan, maar van wie iedereen hield. Hij verstond de kunst om zich bemind te maken bij allen die hem kenden, in al zijn hulpeloosheid en zijn pijn.

Jammer dat ik hem niet meer kan verblijden met wat aandacht, zoals hij daar lag op zijn bed, met een enorme asbak naast zich. Want hij genoot van het leven, op zijn manier. Jammer dat hij van ons is heengegaan, want hij betekende iets voor allen rond hem heen, ook op zijn manier.

Maar de Heer achtte kennelijk de tijd gekomen om hem in Zijn armen bij zich te nemen, en te brengen naar de plaats die Hij zich voor Hader had ingedacht in Zijn rijk; dat rijk waar geen geween meer zal zijn en geen rouw en geen smart, want alles is er nieuw.

Ernst