Harold
automonteur
Drugspastoraat Nieuwsblad 156 (2002) p. 18-22
In Memoriam
De enige keer dat ik Harold heb gezien, was voor de kerst van het afgelopen jaar. Hij lag toen in het OLVG-ziekenhuis en was zeer zwak. Ik zag een kleine, zeer zwakke en schuchtere man. Ingedoken in zijn ziekenhuispyjama. Hij lachte vriendelijk, maar had nauwelijks kracht om veel te zeggen. Een man die bij mij veel indruk had gemaakt om de kwetsbaarheid van zijn lichaam en de tederheid van zijn blik. Door de pijn en het verdriet heen van een leven dat nu eenmaal was gegaan zoals het ging, kon je een twinkeling zien, een spoor van tederheid. Alsof hij ergens ook opnieuw liefde had gevonden en zo zwak als hij was zich daar voor open had gesteld.
Dit was denk ik een hele andere Harold dan velen in herinnering hebben.
Want dat is de Harold uit de jaren '70. Hij is dan jong en sterk. Met zijn baret en zijn pluizenbaard lijkt hij op Che Guevarra. Zo staat hij ook op de foto die Dheli thuis heeft staan. Een zelfbewuste jongen, die trots, eigenwijs en opvliegend kan zijn. Niet rustig en berustend, maar temperamentvol. Zo komt hij in '75 uit Suriname naar Nederland. Een gedreven jongen met plannen. Hij zou monteur worden en bij een autobedrijf aan de slag ging. Maar de dingen liepen anders dan hij had gedacht. Door een ongeluk op het werk en ruzies thuis, besluit hij de straat op te gaan. En hij laat een tijd niks van zich horen.
Harold raakt aan de heroïne. Hij komt in een manier van leven terecht die hem volledig in beslag neemt en geen ruimte laat voor plannen. Harold komt op een eiland terecht, waar hij wel even maar nooit echt vanaf gekomen is.
Maar Harold leefde niet volstrekt geïsoleerd. Met zijn zus Dheli had hij een zeer sterke band. Uiteraard waren er soms serieuze botsingen, want als je gebruikt dan doe je wel eens dingen die je niemand wenst, maar die toch gebeuren. Maar tussen Harold en zijn zus was er gelukkig meer dan dat alleen: zij deelden in elkaars geschiedenis, zij waren trouw. Altijd heeft Harold bij haar thuis kunnen komen. Hier kon hij terecht, voor een praatje, een geeltje, een kopje koffie of een zusterlijke berisping. Op zijn manier bleef Harold iemand op wie je kon rekenen. Je moest niet aan Dheli komen, want dan kwam je aan hem.
En Harold had nog iemand aan wie hij op een andere manier onvoorwaardelijk trouw bleef. Dat was zijn enige en ware liefde: Annet. Een diep ingrijpende liefde zoals liefde alleen kan zijn: twee mensen die zich met hun hele ziel en zaligheid, met hun ellende en verlangen aan elkaar overgeven. Zo moet deze relatie zijn geweest.
Ze zouden rond dit jaar twintig jaar getrouwd zijn als beiden nog hadden geleefd. Hun relatie was heftig. Zij omhelsden niet alleen elkaar, maar ook elkaars verslaving en alles wat daar bij hoort. Heftige ruzies soms, maar ook grote, zeer grote verbondenheid en liefde. Met elkaar hebben zij ook elkaars ziekte omhelsd. Beiden raakten besmet met het AIDS virus, maar Annet wordt eerder ziek. Hun band wordt daardoor hechter, maar de dood breekt deze band hardhandig door, wanneer Annet in '96 komt te overlijden.
Tot dat moment geloofde Harold, strijdbaar als hij was, dat het allemaal goed zou komen. Hij was niet alleen, hij had Annet en zij hem en dat zorgde voor kracht.
Na haar dood veranderde Harold als een blad aan een boom. Er was iets geknapt. Alsof hij er geen zin meer in had, geen plannen meer, maar ook niemand meer om voor te vechten. Geleidelijk aan laat Harold de zekerheden van zijn leven los: zijn hond laat hij achter in het asiel en ook de kat en de vogels laat hij los en in '99 verliest hij ook het huis, dat hij altijd had weten te behouden. Hier gaat Harold een periode van zijn leven in met veel eenzaamheid en verdriet. Hij is ziek en leeft op straat. En uiteraard, wanneer hij wil is daar altijd Dheli nog. Maar Harold heeft een eigen weg te gaan en die bewust gaat.
Op het laatst woont Harold in het huis van het Leger des Heil aan de Zeeburgerdijk Hier lijkt hij uiteindelijk al een soort rust en berusting gevonden te hebben. De mensen kennen hem als een zeer lieve man, iemand die geen vlieg kwaad zou doen. Het is alsof Harold hier de strijd gestaakt heeft en op die manier vrede in zijn ziel heeft kunnen vinden.
Harold stond niet bekend als een gelovige jongen. Maar de teksten die Harold in zijn bijbel heeft aangestreept laten zien dat Harold in deze laatste periode bezig was om in de diepere lagen van zijn ziel naar rust en vrede te zoeken. Hij wordt geraakt door woorden die hem de hoop geven op een veilige thuiskomst, op een nieuw begin. Op een nieuw begin in het huis van God waar we niet door de mens, maar door de liefde van Christus geoordeeld worden. Waar de oordelen niet gelden, waarmee we elkaar en ook onszelf dikwijls klein houden. Oordelen waarin we soms zo hopeloos in verstrikt raken. Harold zocht naar vrijheid, naar een weg om rustig te kunnen gaan. Om in liefde thuis te kunnen komen. Ik denk dat hij diep in zijn ziel die weg gevonden heeft, en in alle rust die weg is opgegaan.
Harold werd geraakt door de woorden over de liefde van Christus. In het bijbeltje dat bij zijn spullen gevonden werd, blijkt dat hij de laatste tijd veel in de bijbel had gelezen. Sommige stukjes had hij met rood onderstreept. Normaal gesproken moet je heel wat uitleggen als je deze teksten leest. Maar in het licht van Harolds Ieven spreken ze denk ik voor zichzelf.
Matheüs 11, 28-31
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want mijn juk is zacht en mijn last is licht. Kom tot mij allen die vermoeid zijn en belast en ik zal u rust geven...
Romeinen 8,1-2, 38-39
Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.
Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods...
Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, nog krachten,
noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.
Op het laatst van zijn leven voelde Harold zich tot de liefde van Christus aangetrokken. We geloven en hopen dat hij geborgen is voorbij het leven, voorbij de dood, in Zijn huis, Zijn liefde.
Harold, je hebt je strijd gestreden, rust nu maar uit, rust in vrede.
Amen
pastor Gerson
