Drugspastoraat Nieuwsblad 145 (2000) p. 8-9
In Memoriam
Op donderdag 24 augustus was op St. Barbara de uitvaart van Marnix, die de zondag ervoor in het Lukasziekenhuis was overleden. Het was een zeer zonnige dag en Marnix werd uitgeleidde gedaan door zus Saskia, broer Peter, moeder, vriend Ritchie, neef Boris, liefhebbende buddy's Henny en Luis en vele andere vrienden en bekenden. Zijn kist werd overdekt met zonnebloemen en witte rozen en we stonden stil bij zijn persoon en leven.
Marnix was een echte Amsterdamse jongen en al vroeg een straat schoffie in de Uithoornstraat. Hij was altijd voor kattekwaad te vinden en hield erg van vissen. Hij ging naar de Catharinaschool in de Rijnstraat met zijn broer Peter en zijn zus Saskia. Toen hij zes jaar was, scheidden zijn ouders en de kinderen bleven bij hun moeder. Marnix was bijzonder gevoelig en kon de onzekerheid van zijn jeugd niet goed aan. Hij werd op de LOM school geplaatst en kwam later in een behandelingstehuis en in 'de Amerberg' in Amersfoort terecht. Toch zij hij later dat hij die kindertehuis periode de leukste uit zijn jeugd had gevonden.
AI als 12-jarige experimenteerde Marnix met hasj. Hij woonde daarna afwisselend bij zijn vader en moeder en probeerde de bakkersschool in Amsterdam-Noord, dat werd geen succes en daar had hij later veel spijt van, hij vond het er leuk. Al jong ging Marnix zwerven en woonde o.a. bij een geleerde hasjdealer die 'de professor' werd genoemd en met zijn zus Saskia, bij een lieve dame, Renate. Op zijn 18de was hij nog een half jaar clean en had een doka en een kamer, maar 'golden brown' lokte al snel weer.
Hij ontmoette de joegoeslavische Biljena en samen kregen ze hun dochter Christ'I. Marnix ontvoerde haar uit het ziekenhuis en het jonge gezin vluchtte naar Joegoeslavië. Daar liep het na een tijd mis en Christ'l bleef daar bij haar oma wonen en Marnix keerde alleen terug naar Amsterdam. Hij zat nog in de gevangenis ook in Joegoeslavië en was blij weer veilig in Amsterdam te zijn. Hier begon zijn leven weer opnieuw.
Marnix kon mensen snel ontroeren en bekoren met zijn gevoeligheid, zijn mooie ogen, wimpers en haren en zijn manier van doen. Veel vrouwen vielen als een blok voor hem, zo ook de francaise, die Marnix "mon petit fleur" noemde. Met haar woonde Marnix in de Polanenstraat. Zij was rijk, knap, jong en onschuldig en Marnix zat er ineens warmpjes bij, met sjieke keukenapparatuur en een ijsmachine. De dope zette uiteindelijk een streep door de rekening.
ln 1991 hoorde Marnix dat hij seropositief was. Dat was een grote klap voor hem. Hij zette alle registers open om er mee in het reine te komen. Hij deelde condooms uit aan verliefde stelletjes op straat en waarschuwde ze om veilig te vrijen en geen HIV op te lopen als hij. Hij liet zich zegenen in de Nicolaaskerk en maakte een documentaire met de ICON over zijn leven. Hij maakte muziek en kunst, verdiepte zich in natuurgeneeswijzen en zag zijn dochter Christ'l weer. Hij ging mee naar Lourdes en genoot van zijn buddykontakten.
De laatste tijd waren zeer moeilijk voor Marnix. Hij zag beestjes waar ze niet zijn en gebruikte veel pep en alcohol en vond nergens rust in. Uiteindelijk liet hij de moed zaken en zijn vriend Ritchie trof hem thuis vervuild aan. Door de liefde van vriend Ritchie, familie en buddy's omringd stierf hij vier dagen later, toch nog vredig in het Lukasziekenhuis. Marnix, ouwe reus, we zullen attentie en gevoeligheid, je breekbaarheid en je branie missen. Jij was zoals het kind in het evangelie dat Jezus in het midden plaatst en ten voorbeeld stelt.
Marnix, rust zacht!
Ricus Dullaert
