Robert
dealer
dealer
Drugspastoraat Nieuwsblad 96 (1996) p. 12-13
In Memoriam
Op 15 april 1996 werd Robert door een klein gezelschap van zes mensen, zijn moeder en zus, oom en tante, buddy en pastor naar zijn graf op de Nieuwe Ooster begraafplaats gedragen. Het was schitterend voorjaarsweer en alles blonk en geurde. Aan het graf werd psalm 139 gelezen, een 'In Memoriam' voorgelezen, de hogepriesterlijke zegen over Robert uitgesproken, twee gedichten gelezen door Robert's buddy en een 'Onze Vader' gebeden. De laatste groet bestond uit het werpen van een roos in zijn graf. Zo werd Robert begraven, waardig en sober, zoals zijn moeder dat wenste. Toevallig werd 1 ½ uur later op dezelfde begraafplaats de uitvaart van Koko Petalo gehouden zodat Robert toch weer iets bijzonders had, zoals meestal in zijn leven.
Robert was in 1957 in Bloemendaal geboren en was in 1960 met zijn moeder en zus naar Amsterdam gekomen. Hij zat in de Watergraafsmeer op school en kon goed tekenen. Wel had hij vaak pech en af en toe leek het erop dat hij een abonnement op de 1ste hulp had. Op zijn 15de begon Robert met hasj te experimenteren. Hij woonde later in de Potgieterstraat en had in de 2de helft van de 70-er jaren z'n glorietijd. Hij dealde, verdiende veel, kon in mooie kleren lopen en een deur intrappen.
Een ontruiming maakte een eind aan deze droom. Hij zag voor het eerst de bajes van binnen. Later kwam hij in een kraakpand in Noord terecht en ontmoette daar een oudere dame mw. de Jong, die voor hem door het vuur ging en die hem mee nam naar kerkdiensten, waar Robert zich steeds meer ging thuisvoelen. Later kreeg hij een woning aan de Hudsonstraat en ook daar bleef mw. de Jong hem trouw.
Robert had een sterk geloof en dat bezorgde hem niet altijd vrienden. Hij hield er namelijk nogal van om op niet zo tactische wijze van zijn geloof te getuigen, waarbij nogal wat mensen van het heil werden uitgesloten. Toch meende hij oprecht wat hij zei en dat had ook een zekere dapperheid. Jammer was wel dat de gelovige milieu's waarin hij zich het meest thuisvoelde, de Pinkstergroepen en Evangelicals, hem niet als gebruiker accepteerden. Zodoende kon hij niet gedoopt worden, omdat de groepen waar hij om het doopsel vroeg als eis stelden dat hij eerst clean moest zijn. Zo doende is er van dat doopsel nooit iets gekomen.
Robert wist al enige jaren HIV positief te zijn, maar geloofde eigenlijk niet dat hij zou sterven. In het laatste jaar was hij veel gedetineerd en schreef brieven uit de gevangenis. Daar sprak ook zijn zorg uit voor lotgenoten uit de scene. Op 2 januari schreef hij b.v. uit Zuyderbos in Heerhugowaard: "En zeg je Anita dat ze rustig aan moet doen, je weet wel die met die hond! Laten we voor haar eens extra bidden".
Met Robert verliest de scene een kleurrijke persoon, die niet makkelijk was voor anderen en zeker niet voor zichzelf, maar die op heel eigen wijze aan zijn wereld heeft vormgegeven. Robert, ik hoop dat je in Gods Koninkrijk, waar je zo naar verlangde je plaats hebt gevonden.
Rust zacht!
Ricus Dullaert
