Drugspastoraat & Zondagsviering Nieuwsblad 69 (1993) p. 16-17
In Memoriam
Op 9 november j.l. overleed zwarte Peter in het Sint Lukasziekenhuis. Peter was ruim 40 jaar eerder als Aadje geboren in een Amsterdams gezin van 9 kinderen, als jongste van de rij. Zijn ongewoon lange naam was een na de oorlog uit het Duits in het Nederlands vertaalde, adellijke Duitse naam.
Peter speelde als kind, net als andere Amsterdamse jongens, veel op straat. Hij hield van voetballen, op straat spelen, achter de meiden aanzitten, en was altijd gek op alles wat niet mocht. Hij was een vrolijk joch, maar hield niet van school en maakte niets echt af. Toen hij 18 was gingen zijn ouders scheiden en werd hij met een stiefvader geconfronteerd. Dat ging zolang goed als hij in de pas liep, maar deze stiefvader liet Peter als een baksteen vallen toen hij in militaire dienst, wat streken uit haalde.
Peter ging bij zijn echte vader wonen, die dronk en raakte om een vriend te helpen, in een vechtpartij verwikkeld. Hij sloeg te hard en kwam voor acht maand in de bajes te zitten. Daarna raakte hij aan het zwerven en ging bij de jongens van de weg horen. Peter ging zich toen pas zwarte Peter noemen, daarvoor had hij altijd Aad(je) geheten. Hij ging stoer doen, drinken en op pad.
In zijn zwerversleven maakte hij heel wat mee. Zo werd hij een keer in de gracht gegooid bij de Kinkerstraat en kwam druipnat bij zijn zus José an de deur. Bij deze frisse duik raakte hij het plaatje van zijn gebit kwijt en vertelde José: "Er zwemt een vis met mijn gebit rond". Later werd hem steeds gevraagd "En heb je die vis met je tanden al gevangen?".
Peter had af en toe een huis, vooral als hij verkering had o.a. bij Agnes. Maar meestal zwierf hij weer verder. Hij was een bekende verschijning in het koffiehuis van zuster Kandelaar, in de Gastenburgh van het Leger en woonde ook nog geruime tijd bij dhr. Philips van de Vincentius, waar hij de bardienst deed. Peter was gek op dieren en verdedigde mensen die zwak in de schoenen stonden.
Zo'n 8-9 jaar geleden begon Peter ook met dope. Daardoor raakte hij het kontakt met zijn familie kwijt. Hij was nog meer op zijn bekenden van de straat aangewezen.
Peter werd steeds magerder en had HIV, al sprak hij daar weinig over. Hij liep ook niet de deur bij de dokter plat. Liever had hij zijn vrijheid, want al die regels van een ziekenhuis of een verblijf waren niets voor hem. Uiteindelijk is hij nog heel snel overleden.
Op 16 november deden we hem met heel wat mensen uit de scene en uit de hulpverlening uitgeleidde op St. Barbara. Ook drie zussen en een broer van Peter waren er. We zongen voor hem, hebben gebeden en Natasja deed een mooi afscheidswoord en gebaar aan het graf.
Peter, rust zacht!
Ricus Dullaert
