'Jacco' HERDENKING

anoniem


1995

travestieartiest

HERDENKING
HET LEVEN IN BEELD
NALATENSCHAP

De GAY Krant 35 - 10 april 1998 p. 22

Van de kast naar de muur

Jacco lijkt het allemaal prima geregeld te hebben. Met zijn overlijden in zicht (hij stierf aan de gevolgen van aids) heeft hij een paar maanden voor z'n dood zijn testament laten opmaken bij de notaris. Vijf naaste vrienden krijgen een geldbedrag toebedeeld, de rest is bestemd voor zijn moeder. Deze wordt echter alleen niet benoemd tot executeur testamentair en daarmee beginnen de problemen. Jacco heeft zijn goede vriend Sjors, die hij ruim 25 jaar kent en in wiens huis hij tot zijn dood werd verzorgd, gevraagd de nalatenschap te verdelen. Zijn moeder vindt het maar niets.

"Moeder maakte het mij onmogelijk Jacco's laatste wil uit te voeren", vertelt Sjors. "Ze weigerde iedere medewerking en vond dat ze onvoldoende inzicht had in de hele administratieve rompslomp. Zij had recht op een legitieme portie en kon daarom weigeren in te stemmen met mijn executeurschap. Per 1 januari 1996 is die mogelijkheid afgeschaft. Maar moeders houding getuigt in mijn ogen toch van weinig respect voor de overledene en zijn vrienden." Het zou bijzonder ver gaan om op deze plaats alles uit de doeken te doen dat ooit in deze kwestie heeft gespeeld. Herdenkingsdienst, huissleutels, zakken met wasgoed, telefoon- en reiskosten, heel veel etcetera's en... een kast met een waarde van misschien ƒ 1000,- (20.000 BEF). Met name door dat laatste object is de familie van Jacco geobsedeerd. In het overigens onvolledige, vijf centimeter dikke dossier dat als basis van dit artikel heeft gediend, wordt misschien wel tien procent van de tekst aan die kast besteed. De inzet: het meubelstuk zou sinds mensenheugenis in familiebezit zijn geweest, terwijl Sjors zegt dat hij de kast zelf heeft aangeschaft en langdurig aan Jacco in bruikleen heeft gegeven. De familie van de travestieartiest vindt inmiddels dat de zaak door Sjors zo is belemmerd, dat hij kan fluiten naar de hem in het testament toebedeelde erfenis (enkele duizenden guldens).

Het komt in juni 1996 tot een kort geding, aangespannen door Sjors tegen de moeder van Jacco. De eis: betaling van het legaat, teruggave van de kast en uitbetaling van het executeursloon. De rechter is duidelijk en stelt Sjors in het gelijk; niets wijst erop dat laatstgenoemde iets verkeerds heeft gedaan. De familie legt er zich echter niet bij neer en gaat in hoger beroep.Vooralsnog wordt derhalve niets uitgekeerd, maar daarmee neemt Sjors op zijn beurt weer geen genoegen. Hij laat door een gerechtsdeurwaarder in het huis van de erfgenamen van Jacco beslagleggen, waarna een groot deel van het verschuldigde bedrag alsnog wordt betaald. Het hoger beroep wordt wél doorgezet.

In de memorie van grieven die aan de hoger beroepszaak voorafgaat, wordt Sjors nogmaals beschuldigd. Hij zou zich volgens de familie hebben willen verrijken aan de dood van Jacco. Er wordt behoorlijk met modder gegooid. En Sjors verweert zich ijverig. Getuigenverklaringen van Jacco's vrienden (vooral via Sjors) en kennissen (vooral via de familie) vliegen over en weer. Het arrest wordt gewezen in oktober 1997: het geld moet aan Sjors worden betaald en de moeizaam verkregen kast gaat naar de familie. Problemen opgelost, zou je denken. Helaas, de familie bereidt zich voor op verdere stappen. Begin 1998 is men er nog steeds niet uit.

De familie van Jacco was niet bereikbaar voor commentaar.

Emiel Bootsma