De GAY Krant 324 - 17 januari 1997 p. 15
Dennis verloor zijn vriend Peter
"Ouders hadden hun plicht gedaan, meer niet"
Peter was drieëndertig jaar toen hij in augustus vorig jaar overleed. Een jaar eerder hoorde Peter dat hij aids had. Negen jaar geleden leerde hij Dennis kennen. Peter kwam uit een klein dorp in de buurt van Amersfoort, waar de bevolking zeer gelovig is. "De ouders van Peter zijn heel streng hervormd", legt Dennis uit. "Het geloof kwam meermalen in aanvaring met Peters homo-zijn. Om die reden liep Peter dikwijls weg van huis. Zijn ouders hebben nooit geaccepteerd dat hij homoseksueel was. Een keer is achternagezeten hij door zijn broer, die met zijn auto op hem inreed om hem op die manier weer mee naar huis te nemen."

Peter verhuisde naar Amsterdam en ging samenwonen met Dennis. "Ik wilde er zeker van zijn dat wij allebei niet ziek waren", vertelt deze. "Dus stelde ik Peter voor ons op aids te laten testen. Aldus geschiedde. Ik was negatief. Toen uit de test bleek dat Peter seropositief was, schrok ik me dood. Ik had al een vriend aan aids verloren. Hij was een van de eerste slachtoffers in Nederland. Ik was heel bang om dat proces nog eens te moeten meemaken. Contacten leggen met anderen ging moeizaam. Als het maar even niet veilig was, hoefde het niet meer van mij. Vanaf het moment dat wij wisten dat Peter seropositief was, voelde ik me verantwoordelijk voor hem en was er ieder moment mee bezig. 'Ik zal je tot het einde toe blijven helpen', beloofde ik Peter. Hij was toen pas vierentwintig jaar. De ziekte aids was nog nauwelijks bekend."
Buitenbeentje
De verhouding tussen Peter en Dennis was als een knipperbol. Samenwonen, uit elkaar gaan. Weer samenwonen, weer uit elkaar. Op een gegeven moment waren ze definitief uit elkaar. Ondanks het feit dat ieder zijn eigen weg had ingeslagen, hielden zij wel contact met elkaar. Peter trouwde met een vrouw die wist dat hij seropositief was. "Hij had net een huis gekocht. Die vrouw heeft hem uitgebuit. Zij wilde verzekerd zijn van een weduwenpensioen. Uiteindelijk heeft zij hem, omdat hij aids had, het huis uitgetrapt. Peter kreeg vreselijke pijnen doordat hij tbc op de darmen ontwikkelde. Daardoor versnelde het proces."
"Toen Peter, doodziek, door die vrouw het huis was uitgezet, is hij weer bij mij teruggekomen. Urenlang hebben wij met elkaar ;gesproken. In al die gesprekken kwam het verhaal van zijn jeugd naar boven. Over zijn ouders van wie hij nooit liefde had gekregen. 'Ze mogen mij niet', zei hij dikwijls. Toen hij hen had verteld dat hij homoseksueel was, hebben zij hem dat op alle mogelijke manieren uit zijn hoofd proberen te praten. Daarna heeft hij er met hen nooit meer over kunnen spreken. Zijn hele familie is Nederlands Hervormd. Zondags twee keer naar de kerk. In zo'n milieu is homoseksualiteit uit den boze. Peter was het buitenbeentje van de familie."
"Vanaf januari vorig jaar lag Peter om de paar maanden in het ziekenhuis. Eén keer in de twee weken kwam de familie. Ze bleven hooguit een halfuurtje. Peter was daar niet echt blij mee. Ik heb me er voortdurend aan gestoord hoe de ouders op zijn ziekte reageerden. Ze kwamen enkel langs omdat Peter een van hun kinderen was. Daarom ga je op visite, is hun standpunt. Toen Peter heel ernstig ziek was, heb ik pas begrepen hoe zijn familie in elkaar zat. Als zij op visite kwamen, vroegen ze nooit: 'Hoe gaat het ermee? Integendeel! Ze hadden het altijd over dingen die nergens op sloegen. Stom gelul over de bloemetjes in de tuin. Ze wisten dat hij aids had. Daar werd omheen gedraaid. Het woord aids werd door hen nooit in de mond genomen. Maar ook al zaten ze slap te ouwehoeren, ik was allang blij dat er contact was."
Ondertussen werd in Amsterdam voor een aangepaste woning gezorgd. Het huis moest worden ingericht. Peter was doodziek. Hij kon niet meer lopen. De tbc op zijn darmen was naar zijn rug doorgetrokken. Peter moest voor zijn medicijnen een ijskast hebben. Dennis: "Ik vroeg aan zijn ouders daarbij te helpen. Die hadden geen tijd, kreeg ik te horen. In een tweedehandswinkeltje heb ik tenslotte een ijskast gekocht die gelukkig kon worden bezorgd. De liefde tussen Peter en zijn ouders bestond slechts uit eenrichtingverkeer. "
Pijnstillers
Over de medische kant van het verhaal is Dennis evenmin te spreken. "Peter gebruikte heel veel pijnstillers. In het begin zes injecties per dag. Om de drie uur moest hij worden geprikt. 's Avonds om acht uur waren de pijnstillers al op. In het ziekenhuis zeiden ze dan doodleuk tegen hem: 'Sorry, dit is je laatste injectie'. Hij moest zelf maar de nacht zien door te komen. Bedelen hielp niet, hij kreeg het toch niet. Naar mijn mening heeft het ziekenhuis pijnbestrijding niet goed begeleid. Ik ben bezig een klacht in te dienen. Van de huisarts kreeg hij wel de injecties. Zo kon Peter tenminste de pijn in bedwang houden. Ik moest hem om de drie uur injecteren. Daarna kreeg hij er acht per dag. Op het laatst had Peter twintig pijnstillers nodig."
"Dag en nacht was ik bij hem. Ik heb een free-lance baan die ik tijdelijk even opzij kon zetten. Omdat ik doodmoe was, vroeg ik aan zijn moeder of zij ook eens een nachtje bij haar zoon wilde blijven, zodat ik eens kon bijslapen. Met pijn en moeite stemde ze toe. Ik hoopte dat ze in die uren met Peter als moeder en zoon zou praten. Dat was tenminste mijn bedoeling. Twee nachten hield ze het vol. Gesproken hadden ze niet. Als twee vreemden hadden ze bij elkaar gezeten. Ik sprak met haar af dat zij regelmatig zou terugkomen. De eerstvolgende keer belde ze me op met de mededeling dat ze het niet meer deed. 'Ik houd dit niet 'vol', was haar excuus. Haar bloedeigen zoon! Met zo'n mens ga ik geen ruzie maken. Die lol gunde ik haar niet."
"Omdat Peter getrouwd was geweest, kon hij geen buddy krijgen. Voor de Schorerstichting was Peter hetero. Het buddyproject van de Schorerstichting werkt niet voor hetero's. Peter was al ver heen. Hij zou zijn hele verleden weer moeten oprakelen om de mensen van het buddyproject de juiste situatie te kunnen uitleggen. Daar had hij geen zin in. Via stichting Metgezel heeft hij uiteindelijk toch een buddy gekregen. De buddy had met zijn moeder gesproken. Ook hij verwonderde zich erover dat zij met heel andere dingen bezig was. In plaats van over haar zoon te praten, had zij het constant over het weer en de tuin. Complete onzin! Niet over Peter, niet over zijn ziekte, ze vroeg zich amper af hoe het met hem ging."
"De derde keer dat ze bij Peter zou komen, gaf ze me te kennen daar eerst over te moeten nadenken. Zij probeerde het bezoek af te schuiven. Ik belde haar terug met de woorden: 'Ik geloof niet dat u de ernst van de situatie inziet'. Tevergeefs wachtte ik op haar telefoontje. Toen ik haar de allerlaatste keer belde en zei hoe ernstig het met haar zoon was, beloofde zij zondag te zullen komen. Zaterdagmorgen om acht uur is Peter overleden. Om half twaalf heb ik zijn ouders gebeld. Ik was in een roes."
Nalatenschap
"Toen Peter was overleden, stond plotseling de hele familie op de stoep. 'Om alle officiële zaken te regelen en af te handelen', zo luidde de boodschap. Niet voor het geld! Het had meer iets weg van: Peter is overleden, dit moeten we snel afwerken. Hoe sneller we het achter de rug hebben, hoe eerder het voorbij is. Dan hoef je er in het dorp niet meer over te praten. Iedereen kent iedereen in zo'n dorp. 'Aan wat voor ziekte is die jongen overleden?', was de vraag van de gemeenschap waarvoor ze het meest angstig waren. Ik vermoed dat ze tbc als doodsoorzaak hebben opgegeven."
"Aan kleine dingen irriteerde ik me mateloos. Toen Peter lag opgebaard, stopte zijn moeder pepermuntjes in haar tas. 'Voor mijn kleinkinderen', zei ze tegen mijn zuster. Vreemde reacties van een moeder die opdat moment nog niet wilde inzien dat het haar zoon was die een meter verder opgebaard lag. Peter wilde in Amsterdam op Zorgvlied begraven worden. Dat had hij op papier gezet en aan zijn ouders gegeven. Daar konden zij niet omheen. Hij had zijn begrafenis van tevoren geregeld. Aan alles had hij gedacht. Onder meer euthanasie. Hij wilde dat ik, en niet zijn ouders, daarbij zou zijn. Zover is het niet gekomen. Maar hieruit blijkt duidelijk hoe de verhouding tussen de ouders en Peter was."
"Voor de begrafenis heb ik zijn familie een brief van hem laten lezen. Een brief waarin Peter een dag uit zijn leven beschrijft. 'Hoop doet leven', heette het. Een soort nalatenschap. Peter had de brief op een plek naast zijn bed verstopt. Zo opvallend dat ik het snel zou vinden. Ik wilde dat het op de begrafenis zou worden voorgelezen. In een paar zinnen kwam het woord aids voor. Ik veronderstel dat dit de reden is geweest dat het niet is voorgelezen. Wat zij ermee gedaan hebben? Ik weet het niet. "
"Peter had zijn muzikale keus voor zijn begrafenis tijdens zijn leven al te kennen gegeven. Een paar liedjes wilde hij per se horen. Engelstalige nummers. 'Wij verstaan geen Engels', kreeg ik van beide ouders te horen. 'Wij weten niet of wij die liedjes wel zullen draaien.' Dat interesseerde mij geen 'fuck'. Ik heb de liedjes uit het Engels naar het Nederlands vertaald, zodat zijn ouders wisten waarover het ging. Ik heb de vertalingen aan hen gegeven in de hoop dat zij het zouden kopiëren voor anderen. Ze hebben er niets mee gedaan. Er werden teksten uit de Bijbel voorgelezen. Teksten die nergens op sloegen en niets met de ziekte van Peter te maken hadden."
"Tijdens de begrafenis heb ik niets gedaan. Ik voelde me daartoe niet geroepen. Zijn ouders hebben evenmin iets gedaan. Een tante van Peter las een gedichtje voor. Over een grafsteen had de familie ook al beslist. 'Voor ons hoeft er geen steen op. Het maakt niet uit waar hij komt te liggen. Wij komen er toch niet vaak', waren hun woorden. Dit wordt een hele rare begrafenis, dacht ik. Zij wilden het zo goedkoop mogelijk houden. Ik moest financieel bijspringen. Wij hadden geen relatie meer, maar Peter was mijn beste vriend. Mijn naam stond wel op de rouwkaart. Waarom weet ik nog niet. De ouders hebben hun plicht gedaan zonder enige emotie."
Bloemstukken
"Achteraf bekeken is alles toch nog goed terechtgekomen. Het huis werd door de familie snel leeggehaald. Hoe sneller de spullen weg zijn, des te beter, vonden zij. Ik mocht alles hebben. Voor mij had het emotionele waarde. Toen de ontruiming achter de rug was, vroeg ik aan de vader van Peter of het Nederlands hervormde geloof homoseksualiteit niet accepteerde. Hij ontkende en liep weg."
"Peter is nu vijf maanden overleden. Ik heb tot nu toe niets meer van zijn ouders vernomen. Peter had mij al verteld over de gespannen relatie die hij met zijn ouders had, dat hij weinig liefde van hen had ontvangen. Ik heb me nooit gerealiseerd dat het zo erg was. Zij negeerden hem omdat het geloof homoseksualiteit verbiedt. Het is toch onzin dat de kerk een begrafenis in de weg staat! In feite hadden zij Peter al een paar maanden voor zijn dood afgeschreven. De pijn die daarachter schuilt, komt hard aan. Dat het zover kan komen."
Dennis kan nu lachen om de reactie die de begrafenisondernemer op de moeder gaf. "Toen het onderwerp bloemstukken ter sprake kwam, begon ze over haar bloemen in de tuin die er door het slechte weer zo belabberd bij stonden. De begrafenisondernemer hoorde ik denken: 'Waar heeft ze het in godsnaam over?'"
"Op begraafplaats Zorgvlied zag ik familie die ik nooit eerder had gezien. Broers en zusters die niet één keer bij hem in het ziekenhuis zijn geweest. Zij waren daar enkel plichtmatig en toonden evenmin enige emotie. De familie was uiteraard blij met mij geweest. Zij konden niet om mij heen. Ik had de laatste zes maanden dag en nacht voor Peter klaargestaan. De ziekte aids werd door hen doodgezwegen. Iedereen moest maar denken dat Peter aan een 'gewone' ziekte was overleden. Geen aids. Stel je voor!"
"Zeven augustus is Peter overleden. Vijf september was hij jarig. Je zou toch denken dat zijn ouders op zijn verjaardag naar het graf zouden komen. Dat is toch normaal? Maar ze waren er niet en ik heb er niet van gezegd. Ik wilde geen ruzie. Ik verwacht niet dat zij ooit nog met mij contact zullen zoeken. Zij hebben hun plicht tegenover hun zoon gedaan. Voor de rest niets."
Rob van den Berg
Op verzoek van de geïnterviewde zijn de namen gefingeerd.
