Michael Matthews HERDENKING
Michael Matthews,

vriend

Michael Matthews


*
14 Augustus 1958, New York, USA
11 Januari 1996, Amsterdam

acteur, performer, regisseur

HERDENKING
HET LEVEN IN BEELD
NALATENSCHAP

Rainbow Magazine 12 - februari 1996 p. 17-18

De dansende dichter is niet meer
"Nu blijft hij voor altijd lachen"

De besten ontvallen ons het eerst. Een groter cliché is, zeker in verband met de "gevreesde ziekte", welhaast niet denkbaar. Het zij zo. Het is er niet minder waar om. Michael Matthews was een kunstenaar onder de theatermakers. Hij overleed donderdag 11 januari jongstleden aan de gevolgen van aids. De dansende dichter is dood.

Michael Matthews,

Michael Matthews werd in 1958 geboren in New York. Hij hield zich al tijdens zijn studie aan de Temple University School of Communications and Theater bezig met performances. Hij liet zich graag inspireren door andere kunstenaars en andere disciplines. Het fascinerende voor hem was dat er niet alleen met begrippen maar ook met gevoelens werd gecommuniceerd.

Uit liefde voor auteur en theatercriticus Jac. Heijer kwam hij in 1984 naar Nederland. Omdat hij hier geen aansluiting vond bij de heersende toneeltradities was hij wel gedwongen zijn eigen pad te gaan. En dat deed hij met verve. In New York bewoog hij zich in de experimentele en interdisciplinaire theaterscene. Eenmaal in Nederland was hij daarvan afgesneden. Hij kon er niet op terugvallen maar bleef zijn uitgangspunten trouw en ontwikkelde allengs een eigen taal.

In de twaalf jaar dat Matthews in Nederland woonde heeft hij zich een eigen plaats in de theaterwereld toegeëigend. Zijn voorstellingen waren een mengeling van toneel, dans, poëzie, muziek en performance. Als theatermaker lapte hij alle toneelwetten en -regels aan zijn laars en ging zijn eigen weg. Veel van zijn voorstellingen hingen van associaties aan elkaar, van een geijkte dramaturgische opbouw was geen sprake. Desondanks was hij steeds haarscherp in staat datgene over te brengen waar het hem werkelijk om ging, met humor en zonder zijn publiek een visie op te dringen. Hij hield ervan als zijn toeschouwers tijdens zijn voorstellingen een eigen verhaal fantaseerden. Dat deed hij zelf ook als hij andermans voorstellingen bezocht. Zeker toen hij net in Nederland was en de taal nog niet verstond. Hij had, vertelde hij, destijds de keuze om dan maar in slaap te vallen of om van de voor hem onverstaanbare voorstelling een eigen verhaal te maken. Hij koos het laatste.

In zijn werk ging hij de clichés bepaald niet uit de weg. Hij verwees veelvuldig naar popsongs, musicals, films, griezelromans en wat hem verder nog te pas kwam. Zijn grote kracht was dat hij clichématigheden doorbrak en zijn publiek wist te raken en te ontroeren. Zijn werk had een filosofische inslag, al draaide hij zijn hand er niet voor om grappen en grollen uit de kast te trekken. Matthews was wel degelijk een estheet, maar hij durfde zichzelf onderuit te halen en hij bleef nooit oppervlakkig. Zijn grote gevoel voor humor maakte het hem mogelijk zware onderwerpen aan te snijden zonder verstikkend te worden. Hij beschreef zichzelf onlangs eens, met een glimlach op zijn gezicht en tot consternatie van de aanwezigen, als "een Tutsi die heeft aids met een kater".

De laatste jaren nam hij vaak bestaande personen, beroemde fictieve karakters of toneelklassiekers als uitgangspunt voor zijn voorstellingen. Zowel in vorm als inhoud hadden zijn voorstellingen nog weinig meer te maken met de als uitgangspunt genomen personen, personages en toneelteksten. De associaties die hij maakte op zijn inspiratiebronnen gaven inzicht in zijn belevingswereld en daarin gaf hij blijk van een onvermoeiende, onverwoestbare optimistische kijk op het leven. Matthews communiceerde met zijn publiek.

Uiteindelijk gingen vrijwel al zijn voorstellingen over hemzelf. Het duidelijkst was dat in de afgelopen seizoen voltooide "Monstertrilogie". Daarin nam hij de drie hoogtepunten van de "Gothic Novels", Frankenstein, Dracula en Dr. Jekyll & mr. Hyde als uitgangspunt. Het is opmerkelijk hoe hij in het basisgegeven van de drie gotische romans naar metaforen voor aids vertaalde. In zijn voorstellingen Frank, Dracula en Hyde was er telkens sprake van een uit zijn "natural habitat" gerukte persoon. Hij liet je meekijken en -voelen hoe zo'n persoon zich vol verwondering in een hem vreemde en soms vijandige omgeving trachtte te handhaven. Hij maakte voelbaar wat het was om onthecht en ontheemd te zijn, wat het was om een buitenstaander te zijn, zonder zich als zodanig op te stellen. Ook maakte hij duidelijk wat het is om je einde te voelen naderen.

Met name in Hyde confronteerde hij zijn publiek met de verwoesting die aids aanricht. Hij liet daarin ongegeneerd zijn uitgeputte en uitgemergelde lijf zien. Indrukwekkend was dat, en aangrijpend. Het meesterlijke was dat hij je desondanks ook liet lachen. Het was alsof hij je liet wennen aan de naderende dood, alsof hij wilde zeggen dat het nu eenmaal onvermijdelijk is en dat dat goed was. Hij genoot met volle teugen van het leven en ondanks dat hij nog lang niet dood wilde zag hij er niet tegenop.

Michael Matthews was buitengewoon produktief, letterlijk tot op het laatste moment bleef hij, aan het bed gekluisterd, aan het werk. Waarom? Omdat hij dat leuk vond, omdat hij zinderde van levenslust en omdat hij nog zoveel te vertellen had. Hij was naast een briljant theatermaker ook een zeer beminnelijke man. Hij raakte je en hij was in staat je hart op te tillen. Bij elke nieuwe produktie ontstonden weer vriendschappen. Vriendschappen die hij onderhield en koesterde. Zo was hij er dol op ansichtkaarten te kopen om ze aan zijn vrienden en dierbaren te sturen.

Bij de herdenkingsbijeenkomst in de Haarlemse Toneelschuur werd zijn kist bedolven onder de ansichtkaarten die zijn vrienden en collega's hem terugschreven, voor de laatste keer. Ik heb met en voor hem mogen werken, het lampje dat hij bij mij heeft aangestoken zal nog heel lang blijven branden. Hij overleed heel rustig, te midden van zijn geliefden, een glimlach sierde zijn gelaat. Dat ontlokte de dochter van zijn steun en toeverlaat de opmerking; "Nu blijft hij voor altijd lachen". Een mooier en treffender grafschrift is niet denkbaar.

Julien Boekhoudt