James Stratton Holmes
hoogleraar, schrijver en vertaler
hoogleraar, schrijver en vertaler
Homologie 1 januari/februari 1987 p. 25
In Memoriam Jim Holmes
Sinds Jim Holmes op 31 october 1985 afscheid nam van zijn universitaire bezigheden waren er zorgen omtrent zijn gezondheid. Nu, een jaar later, tracht ik met enige aarzeling te verwoorden, wat het voor ons allemaal betekent dat hij er echt niet meer is.
In 1949, 25 jaar oud, was hij in Nederland gekomen. Geboren in Iowa, in een boerengezin zoals hij zo vaak heeft benadrukt. Zijn eerste baan in Nederland was op de Internationale Quakerschool in Ommen, kasteel Eerde. Daar gaf hij Engelse les en moest er voor zorgen dat kleine jongetjes op tijd naar bed gingen en met de handen boven de dekens insliepen. Zo leerde hij de Nederlandse taal waarmee hij een heel speciale band bleef houden.

Gedichten uit Ommen en gedichten over mensen van toen staan in het kleine bundeltje Early Verse waarvan het eerste exemplaar, verschenen bij C.J. Aarts, hem ter gelegenheid van zijn universitaire afscheid werd aangeboden. Ze staan er tussen gedichten uit de studiejaren op Quakercolleges in Iowa en Pennsylvania, van vakantieverblijven in Parijs en een zomer in Stratford-upon-Avon. Ze getuigen dan van de beslissende verhuizing naar Amsterdam. Hans van Marie, de trouwe onmisbare vriend van de volgende 36 jaar, betreedt het toneel. Een van hun gemeenschappelijke werkterreinen was het uitgeven van het vermaarde Engelstalige tijdschrift Delta.
Jim Holmes werd medewerker van de vakgroep Algemene Literatuurwetenschap onder prof. N.A. Donkersloot (de dichter Anthonie Donker - zoals Jim Holmes er altijd aan toevoegde). Daar heeft hij in een van zijn eerste - of was het zijn eerste? - werkgroepen de sonnetten van Shakespeare behandeld. En als Gerrit Komrij nu Shakespeare vertaalt zal hij zich deze werkgroep wel zo af en toe herinneren. Gevraagd hoe hij toen omging met de homo-erotiek in deze sonnetten, blijkt er wel over gesproken te zijn, maar zonder dat er persoonlijke bekentenissen of consequenties aan werden verbonden.
Dat was heel anders in de werkgroepen over homo-erotische literatuur in de jaren 80. Want inmiddels had hij voor zichzelf voor duidelijkheid gekozen. En ook al heb ik hem nooit beslissingen bij anderen zien afdwingen: zijn hele optreden zette aan tot eerlijkheid en openheid.
In 36 jaren Amsterdam heeft Jim Holmes niet alleen als vertaler een baanbrekende stap gezet op het gebied van de poëzievertaling, maar ook als vertaalwetenschapper. Van het eerste getuigt onder meer de prachtige uitgave Dutch Interior (Postwar Poetry of the Netherlands and Flanders; New York, Columbia University Press, 1984), maar ook het feit, dat hij al in 1956 als eerste niet-Nederlander de Martinus Nijhoff Prijs ontving en in 1984 de vertaalprijs van de Vlaamse Gemeenschap, waarvan menigeen zich de viering in de Brakke Grond nog zal herinneren. Van het tweede getuigen zijn internationaal befaamde artikelen, waarvan een gebundelde uitgave is aangekondigd.
Terug naar de dichter wiens Early Verse eindigt met een hoofdstuk getiteld 'A Poet Goes Home Again', gedichten geschreven naar aanleiding van een verblijf in de V.S. in 1955. Ze zijn geschreven na terugkeer in Amsterdam, en dus in een dubbele betekenis van een thuiskomst verhalend. Er zijn meer gedichten geschreven nadien; van sommige heet de auteur Jim Holmes, van andere Jacob Lowland. Van deze laatste hebben misschien de sonnetten in A Gay Stud's Guide to Amsterdam (C.J. Aarts 1978 en I960) de meeste faam verworven. De unieke positie van deze gedichten ten opzichte van de werkelijkheid komt tot uitdrukking in het feit dat voor een herdruk een gereviseerde tekst en dus een kroegentocht noodzakelijk waren...
Maar Jacob Lowland heeft - onder meer gestimuleerd door de warme respons op zijn onverwachte en laatste optreden tijdens de Utrechtse 'Roze Poëzienacht' (juni 1986) - een ander manuscript voltooid in de zomer van 1986, tussen de ups en downs van zijn ziekte: The Other Part of the Lowland ligt persklaar bij de uitgever, met daarin naast allerlei ongepubliceerd werk het schitterende 'Dreamed Biking' uit het Komrij-nummer van Maatstaf en het aangrijpende gedicht voor Tab, een In Memoriam voor een in 1983 overleden jongen:
Now they are run together,
your future, present, past.
I hope that in my leather
you're warm, under the grass.
Trouwens: merkwaardig is dat. Het lijkt alsof de dood herenigt wat in het leven zo zorgzaam - weliswaar soms met een knipoog - gescheiden was: James S (let wel: zonder punt na de S) Holmes, Jim Holmes en Jacob Lowland - de wetenschapper, de vriend en de dichter.
Tenslotte: Er was een bijzondere band van Jim Holmes met de Stichting Homologie, dat mogen we hier niet vergeten. Er was een bijzondere band met de tot in het buitenland zo voorbeeldige Nederlandse Homostudies, waarvoor hij ooit samen met Annemarie Grewel de initiatiefgroep had opgericht. Er was een bijzondere band met de werkgroep Homostudies, waarvan het reilen en zeilen tot in zijn allerlaatste dagen zijn aandacht had. Er was een bijzondere band van Jim Holmes met de werkgroep literaire homostudies die gevormd wordt door diegenen die de laatste jaren onder zijn inspirerende leiding op zoek gingen naar de mogelijkheden om relevante uitspraken te doen over de geheimzinnige en scandaleuze samenhang tussen homoseksualiteit en literatuur.
En er was een bijzondere band van Jim met een ieder van ons die deel uitmaakte of nog maakt van een van deze institutionaliseringen van zijn intenties. Ieder van ons verliest als het ware iets anders. Maar ieder van ons blijft achter met een verplichtende erfenis: de intenties, de inspiratie op te pakken, uit te werken en door te geven.
Marita Keilson-Lauritz
