Rob Meijer
modeontwerper, kleermaker, eigenaar RoB Leather & Gallery
modeontwerper, kleermaker, eigenaar RoB Leather & Gallery
GAY Krant 153 - 21 april 1990 p. 4
‘RoB’ de hogepriester van het sadomasochisme is dood
AMSTERDAM - Elf weken na zijn vriend Dai Evans overleed op 7 april in Amsterdam op 56-jarige leeftijd ‘RoB’ aan de gevolgen van aids. In 1977 begon hij zijn leerwinkel en galerie aan de Weteringschans en werd er wereldberoemd mee. Mede door de openheid waarop hij liet zien wat er op het gebied van sm en seksualiteit te koop is, speelde hij een emancipatorische rol in de homowereld. Voor menig leerliefhebber vervulde hij dromen als de maker van de zachtleren broeken, maskers, tuigjes, boeien, kuisheidsgordels en riemen en jacks.

RoB (Rob Meijer) werd in 1933 te Amsterdam geboren. Zijn vader leidde in het havengebied een schoonmaakbedrijf, terwijl zijn moeder thuis veel naaide.
Op zijn tiende maakte RoB al kleding. Ook omdat een oudere broer kleermaker was, groeide bij hem de interesse voor het vak. Daar hij echter nog te jong was voor de beroepsopleiding, volgde hij eerst de driejarige Mulo, waarna hij de vakschool deed. In de avonduren leerde hij coupe en patronen maken. Tijdens zijn diensttijd was RoB in de rang van sergeant leider van een schoenherstelwerkplaats. “Het contact met de jongens was erg leuk. Je stond automatisch door je rang boven ze: je kon, hoe jong je ook was, toch een beetje vadertje spelen.” RoB’s broers waren getrouwd, dus dacht hij dat dat ook zijn plicht was en zo trad hij op 22-jarige leeftijd met het meisje, met wie hij zich al voor zijn diensttijd verloofd had, in het huwelijk. Al na acht maanden werd de echt ontbonden. Hij had haar na een bezoek aan een psychiater de ‘waarheid’, waarvan hij zich meer en meer bewust was geworden, moeten vertellen.
Kort daarna vond RoB een vriend. In die tijd werkte hij bij een confectiefirma, waar hij zich met de verzending bezighield. Op een gegeven moment kreeg hij daar de kans zijn creatieve talenten als ontwerper te tonen. Dat had succes en binnen veertien dagen had hij een eigen afdeling, gespecialiseerd in grote maten damesjaponnen.
De relatie met de vriend werd na veertien jaar verbroken en RoB sloeg met een nieuwe vriendschap ook een andere weg in. Hij leerde een Australische beeldhouwer kennen, die het niet zo prettig vond alleen thuis te zijn. Daarom maakte RoB thuis op de Rozengracht leren broeken. Het was de tijd van de eerste leerbars, leer was in door de ‘Argos’ en de ‘LL’. Via posters in bars wist RoB klandizie te krijgen. Toen die thuisijver gesmeerd liep, nam hij ontslag bij het confectiebedrijf en begon hij in 1974 zijn eigen zaak. “Het is prachtig om mensen in leer te zien.” zei RoB destijds in een interview met De GAY Krant. “Ik wil mezelf graag als couturier zien. Ik zeg niet dat ik het ben, maar het is wel een streven. Ik ben meer een couturier in de sekskleding. Behalve dat leer voor mij een erotisch aanvoelend materiaal is, vind ik dat iedereen er in leer goed uitziet. Het verandert iets aan de mens en volgens mij gebeurt dat altijd ten goede. De structuur van leer is mooi. Dik leer blijft beter in model en het is, als het soepel is, ook fijner om te dragen. Dun leer wordt gauw een beetje papierig en het verliest zijn elasticiteit. Ik heb de ervaring, dat, wanneer ik voor een klant iets in leer maak, een verkeerd geluid bijvoorbeeld het dichtdoen van een drukker hem al kan doen afknappen. Daarom streef ik naar perfectie.”
Male Erotic Art
Toen de relatie met de Australier voorbij was, opende RoB in 1977 zijn zaak aan de Weteringschans 273. Hij begon daar ook met schilderijen. Keso Dekker, een bevriende schilder, had hij een portret laten maken: twee als generaals uitziende mannen met sekssymbolen op hun uniformen. Toen is het idee van een galerie geboren. RoB ging zich als enige galerie op het Europese continent specialiseren in de ‘erotic male art’. Met de opbrengsten van de leershop financierde hij deze. Zo voerde hij met het exposeren van erotische mannenkunst op twee fronten strijd: de acceptatie van de homoseksueel en de terugkeer van het mannelijk model in de kunst. “Op al die slagvelden die ze vroeger schilderden, zag je al die gewonden en naakten liggen. Maar dat schilderen zie je niet meer en daarom zag je haast geen mannen meer op schilderijen. Alles keert altijd terug in de kunst en nu zijn de mannen dus weer aan de beurt.”
De homokunstenaar die altijd al een naakt, of iets ondeugends had willen maken, wist intussen dat er een plekje was, waar hij het kon neerhangen: bij RoB. Zij kregen door hem meer durf. Onder de exposanten zijn namen te vinden als Bastille, Philip Beard, Eddie Cervone, Tom of Finland, Marcel Julius Joosen, Nigel Kent, Hans van Manen, Olaf, Axel Raiber, Arthur Tress en Jean-Paul Vroom. RoB had het zelf nooit over homokunst. “Ik spreek liever over ‘erotic male art’, kunst waarbij het mannelijk lichaam centraal staat. Als je het ‘gay art’ noemt, zou het alleen voor de homoscene zijn. De toeschouwer moet zelf maar bepalen of hij er een relatie met homoseksualiteit in ziet.”
De laatste jaren haalde hij kunstenaars naar Amsterdam die hun werk op de menselijke huid aanbrachten: de tatoeeerders. De eerste was Mr. Sebastian, Spiderweb en Mad Dog volgden. Voor piercing kon de geinteresseerde bij RoB zelf terecht. Zelden gingen opdrachten hem daarbij te ver.
Geen Taboes
Seksuele vrijheid vond RoB zeer belangrijk. Hij wilde ook geen taboes kennen. “Alle vormen van seksualiteit zijn interessant. Alleen het recht op en neer neuken vind ik een vervelende bezigheid. Ik zie er altijd graag een spelelement, een fantasie-element in. Als het je in je seks lukt, lukt het je daarnaast ook! Dan kun je er in het dagelijks leven iets mee doen! “Een tijdje is RoB, deels uit een soort sensatie, betrokken geweest bij de Satanskerk. Als een grootmeester leidde hij daarbij avonden, waarop zwarte missen uitgevoerd en jongens ‘ingehuldigd’ werden. De titel ‘hogepriester van het sadomasochisme’ droeg RoB met ere, al liep hij niet - zoals vaak gedacht werd - de hele dag met zwepen te zwaaien. Zelf had hij het meeste plezier in de geestelijke SM. “Ik heb wel eens een pak slaag gegeven, maar de baas zijn, vind ik het mooist. Hier in de zaak, maar ook daarbuiten. Als ik ’s avonds op de hoek eet, hoeft niemand in mijn buurt te komen:
wie het waagt, krijgt de wind van voren. Dat accepteren ze met een glimlach en die geeft mij een heerlijk gevoel. Ik ben autoritair, zeg de dingen met een speciale intonatie. Het is een levenshouding geworden. Als meester mag ik geen fouten maken. Dat is de uitdaging.”
Dai
In het begin van de jaren tachtig kwam op zekere dag iemand de winkel aan de Weteringschans binnen, om een speciale cockring - met pinnetjes van binnen - te bestellen: Dai Evans, afkomstig uit Wales. Hij was voor een cursus van Shell zes weken in Scheveningen. Er ontwikkelde zich een relatie, die zweefde tussen vriend en minnaar. Toen Dai voor zijn bedrijf naar New York overgeplaatst werd, kwam daar ook een ‘RoB’-galerie: een manier om Nederlandse kunstenaars in Amerika te introduceren. Na enkele jaren koos Dai voor RoB, zei Shell vaarwel en ging samenwonen met RoB. Beiden stierven dit jaar kort na elkaar. In zijn bedrijf, sinds november 1988 gevestigd aan Weteringschans 253, zal RoB ‘s werk blijven voortbestaan.
Frits Enk
