Pastoraal Nieuwsblad 162 (2003) p. 9-14
In Memoriam
Begrafenisdienst op de Nieuwe Oosterbegraafplaats 31 maart 2003 14:00
Op maandag 31 maart 2003 hebben we in een fijne en waardige rouwdienst afscheid genomen van Cor Bohan. Cor was een week tevoren in het ziekenhuis overleden. Cor wilde zijn leven en zijn dood met zoveel mogelijk mensen delen. Daarom was het fijn dat er veel vrienden en bekenden van hem op de begrafenis waren gekomen. Een week eerder had Cor ook al de laatste ziekenzalving gekregen. Dat heeft hij hij heel bewust meegemaakt. Toen waren er ook veel mensen bij. Voor allen die erbij waren, bleek Cor een bijzonder mens te zijn geweest.

Hieronder staan twee In memoriams die op de begrafenis zijn uitgesproken, de eerste is van Guido van de Heijden, die Cor uit de scene kende.
Afscheid van Cor
door Guido
Hij was een vrolijk goed mens, die nog eens optimistisch door het leven ging, een zogenoemde echte levensgenieter, die Cor. Hij was een gezien figuur op de straat en in de scene, die Cor. De manier waarop hij je alleen al begroette, zo van "Hé, hoi!", een kenmerk dat we nooit en te nimmer meer zullen horen, dan alleen maar in onze eigen herinnering. Hij was een goed mens die Cor, in hart en nieren; die stond achter wat hij zei en zelf wilde.
Ik persoonlijk ken hem al geruime tijd van de straat en op de raarste tijden zag je Cor soms lopen. Meestal op de Dijk, tja waar anders voor ons gebruikers, want dat waren we allemaal. En plots zag je hem een poos niet meer en toen was hij daar in eens weer achter het paleis bij de Albert Heijn, die nieuwe Grand Plaza, daar zagen we hem weer die Cor, maar een heel stuk zwakker en heel wat minder in zijn doen en laten. Maat hij sprak er zelf niet over, tot ik hem in het ziekenhuis tegenkwam, een hele dag op onze zaal. Geheel vermagerd en totaal geen Cor meer en toch weer wel. Met heel veel pijn en moeite. Ik was totaal verbaasd hem in deze toestand aan te treffen en nog geen twee dagen later op die zondag ochtend is hij in vrede van ons heengegaan.
De zoveelste vriend in onze harten waar wij afscheid van gaan nemen. Mijn medevrienden, ik hoop dat wij even stil kunnen staan bij dit moment van afscheid, want ik vond dat wij ons goed ervan moeten overtuigen dat dat ons allen kan overkomen. Zo weggerukt te worden vanuit dit zo begeerde leven, op welke manier dan ook. Sta daar maar even bij stil. En denk gelijk aan diegenen, die dierbaren die van ons heen zijn gegaan. Want nu is het onze lieve vriend Cor en wie zal hem volgen?
Dus daarom wil ik dit korte afscheidswoord tot deze vriendenkring aanwenden om ons bewust ervan te zijn wie wij hier vandaag begraven. Een goede broer, een lieve vrind, een goed mens, die ons weer verlaten heeft en die God tot hem heeft geroepen.
'Cor, beste makker, al ken ik je alleen van de straat, toch zal ik je manier dat je me begroette heel erg missen. En ik hoop dat je je rustplaats hebt gevonden, maar ik zal je nimmer kunnen vergeten'.
Hierbij wil ik van de gelegenheid gebruik maken om zijn naaste familieleden te condoleren met het verlies van deze prachtig mens, Cor, mijn vrind!
In Memoriam
door pastor Gerson
"Eh, er moet ook een praatje komen over mij en mijn leven" zei Cor, "daarin moet je mijn optimisme benadrukken"
Met een zak schuimbanaantjes van de Jamin en een kop koffie aan de Reinwardtstraat zaten Cor en ik al een jaar geleden te praten over zijn leven, over ziek zijn, en ook over de begrafenis die er ooit een keer zou komen. Liever over 50 jaar zei hij, want er is nog een boel te genieten. Maar hij wist dat het op zich elk moment kon gebeuren en daar wilde hij zich goed op voorbereiden. Daarom had hij een spaarpotje voor de kosten bij Joke, gesprekken met de drugspastor, en inderdaad bovenal een onverwoestbare optimisme om van zijn leven en dood iets te maken waar hij en andere mensen van konden genieten en delen.
Voor Cor had die insteek om het leven van de positieve kant te benaderen veel te maken met kiezen en met geloven. Cor had voldoende redenen in zijn leven om bij de pakken neer te zitten.
Cor had door zijn jeugd in een pleeggezin en in internaten, los van zijn echte ouders en familie veel moeite om zich te binden. Voelde hij zich ontworteld. Natuurlijk had hem dat pijn gedaan, maar Cor vertelde dat hij er toch bewust voor gekozen had om geen muur om zich heen te bouwen. "Als je je open stelt kun makkelijk worden gekwetst", dat wist hij wel. Maar met een muur om je heen kun je ook niet meer bij je fijne gevoelens komen, van vreugde, ontroering, kun je niet genieten van kleine dingen. En bovendien: met een muur om je heen kun je niet delen.
Voor Cor was het een bewuste keus om de muur om je heen te overwinnen door met andere mensen te delen. En hier zat zijn optimisme in dat hij naast veel verdriet toch ook had geleerd dat je door te delen ook veel terugkrijgt. Op zijn graf wilde Cor een kruis met de tekst: "Vriendelijkheid kost geen geld" - "Want," zei Cor "alles kost geld, maar als je geeft, dan krijg je alleen maar, en deze tekst", vervolgde hij. "is echt van mezelf."
En delen deed Cor: om te beginnen deelde hij al enthousiasme als je bij hem kwam: "he te gek!" Ik zal ook niet vergeten hoe ik een keer met Sinterklaas hij de Reinwardtstraat langs ging met een chocoladeletter. Daar kwam ik met één letter, maar toen de deur open ging was Cor druk in de weer om de keuken tot een gezellige zaal om te bouwen met een tafel vol cadeautjes. Hij had ook de buren gevraagd. In de scene had Cor ook veel gedeeld, dope en soms ook zijn woning.
En zo door deze kleine dingen deelde Cor vooral in zijn levenshouding. Het heeft op mij diepe indruk gemaakt hoe Cor zijn eigen leven, zijn ziekte en zijn naderende dood oppakte als iets waar hij andere mensen iets mee wilde laten zien:
- laten zien dat gebruikers 'gebruikers' zijn en geen junks. Ze zijn geen afval maar gewone mensen van vlees en bloed die niet alleen ellende kennen, maar ook vreugde, met gein.
- laten zien dat AIDS wel een heel erge ziekte is, maar dat je daardoor niet minder mens bent. Zeker niet eng, en ook niet zielig. Hij liet zien dat de ziekte wel het lichaam kan aantasten maar niet de geest.
- laten zien dat de dood wel definitief is, maar niet het einde - omdat je ziel en je herinnering in de mensen en bij God verder gaat.
Cor koos ervoor om bewust met die pijn te leven, en juist daardoor te laten zien dat je ook dan nog kracht kunt hebben. Daarom kon hij, zei hij nog steeds blozen, huilen. Genoot hij nog van kleine dingen als bloemen, een bezoek aan het museum, leven met andere culturen om je heen en ook van het filosoferen zoals wij dat wel eens deden.
Om zo bewust te kunnen leven, putte Cor veel kracht uit een onverwoestbaar geloof dat hij er niet alleen voor stond, maar dat God bij hem was. Hij voelde zich in het diepst van zijn ziel niet alleen. "Het is mij veel te gemakkelijk om dit Ieven als 'zomaar bestaand' te zien." Cor wist zeker dat na de dood onze ziel en ons bewustzijn verder leven. Toen we nog eens aan de koffie zaten zei hij: "Het zou toch diep treurig zijn als je dood gaat en er dan niets meer zou zijn?"
Cor sprak over de dood als de terugkeer tot de Vader, als opnieuw thuis komen. Dat vooruitzicht gaf hem veel rust en vertrouwen. Ik denk dat hij daarin ook iets had om naartoe te leven. Niet dat hij graag dood wilde, integendeel, het leven had nog heel wat te bieden. Maar omdat Cor bewust naar een ander leven toe werkte, kon hij datgene wat hem hier dwars zat ook los laten. Hij zei: "ik kijk niet wrokkig om naar wat is misgelopen. Dat is gewoon: pech gehad." En hij vertrouwde erop dat God zou vergeven wat echt niet goed was.
Hij zou in hemel komen, voor hem was dat eeuwige leven, een plaats zonder ziekte en pijn, en ook een plaats om relaties te herstellen, "ook de relaties die ik niet heb gehad", zei hij. Dat Cor sterven als een terugkeer tot de Vader zag had dan ook een dubbele betekenis. Van een terugkeer naar God, maar ook de geborgenheid van een ouderlijk huis.
Ik vroeg Cor: "Wat zeg zal je zeggen als je in de hemel komt'!" Hij zei: "Hoera."
Dat was een hoera voor zo'n optimistisch leven en een voor de dood die een thuiskomen bij God is.
Amen
