Stephen H. Slagle
bestuurslid afd. Amsterdam van de Hiv Vereniging Nederland, gastheer Hivcafé in het COC
bestuurslid afd. Amsterdam van de Hiv Vereniging Nederland, gastheer Hivcafé in het COC
Meer dan twaalf jaar vecht ik tegen het hiv virus, met veel ups-en-downs. De laatste zes jaren beschouw ik als mijn tweede leven. Mijn eigen strijd met het virus werd gevoerd op een ander front dan bij de meeste mensen met hiv. Ik hoef niet op de details in te gaan. Het werd mijn zenuwstelsel dat in elkaar stortte. Het immuunsysteem, dat bij de meeste mensen met hiv wordt verwoest, kreeg, als het ware, een secundaire aanval van het virus. Het leed eronder, maar ik kon het hanteren.
Maar daar gaat het niet om. De pijn werd ondraaglijk. Zowel de lichamelijk als de bijkomende, meeslepende, geestelijke pijn en angst werden ondraaglijk zonder enige hoop op verbetering. In de wetenschap dat het allemaal maar erger zou worden besloot ik er een einde aan te maken. Verder wilde ik niet gaan als het zou hebben betekend dat ik steeds meer overgeleverd moest worden aan mijn 'lat'. Steeds meer afhankelijkheid. Nooit meer rennend met mijn fototoestel om nog één foto te maken. Te veel 'nooit meer...'. De geest wil nog wel; het lichaam weigert.
Maar waarom een stuk van de overledene in het dienstboekje? Ik wilde iets delen met jullie allemaal; iets meegeven als inzicht in mijn wezen - het waarom van mijn wezen, zoals ik het bekijk. Denkend aan de fijne speeltuin die mijn leven is geweest, de avonturen waarin ik me heb gestort,... het heeft mij de tijd gegeven om te zien dat veel gezegdes waar zijn. Dezelfde gezegdes vind je steeds terug in de wereld. Ergens moet er een kern van waarheid verborgen liggen.
Sinds ik mijn beslissing bekend heb gemaakt, heb ik de tijd gehad om een bewust en volwaardig afscheid te kunnen nemen van zowel dierbaren als "vreemden". Tegelijk beschouw ik de tijd als één groot geschenk. Want in die tijd zijn er veel gesproken en niet gesproken woorden, blikken en omhelzingen geweest, die warmte en waardering uitstraalden jegens mijn persoon en mijn akties. Ik wil niet naast mijn schoenen gaan lopen, maar blijkbaar had ik iets van deze mensen 'verdiend'.
Alles wat ik heb meegemaakt omtrent mijn afscheid heeft me aan het denken gezet. Hoezo ik, wat heb ik? Wat is er anders in mij om zulke bewondering op te wekken bij zo velen. Wat had ik gedaan in mijn leven om dit te verdienen? Een van de zegswijzen die bleef terugkomen was "Wat je oogst, zaai je". En schijnbaar heb ik goede zaden gezaaid, want de 'oogst' van mijn leven is fantastisch geweest.
Om terug te komen op het waarom van deze oogst. Van het leven krijgt niemand een programma. Ik heb het geluk gehad om op te groeien in een gezin dat mij koesterde. Een vader en een moeder die altijd klaar stonden voor hun twee zoons ouders die openheid, eerlijkheid en liefde vertoonden. Een fijn voorbeeld voor een jongen die opgroeide in Amerika in de jaren van racisme; een land vol angst voor communisme; een oorlog die elke avond voor meer dan tien jaar "live" op de teevee te zien was; en ook de hippie-jaren, net op tijd voor zo'n een jongen als ik - vraagachtig doch vindingrijk; gehoorzaam doch oproerig.
Ik was rijp om mijn eigen pad te zoeken. En, met wat ik had meegekregen van mijn ouders en een hoofd vol optimistische ideele denkbeelden, begon ik te leren. Vanaf het begin wist ik dat alleen het hart "dingen" helder kon zien; de hoofdzaak bleef vaak onzichtbaar voor het oog.
In de loop der tijd leerde ik dat als mens het enige wat we te geven hebben, is onze liefde. Ik nam een filosofie aan die voor mij een houvast werd. Een houvast van liefde dat voor mij betekende in het dagelijkse leven het tonen van eerbied en eerlijkheid jegens onze medemens. Niet overdreven. Geven en nemen in de waardering die wij voor elkaar hebben. Maar al te vaak zien we dat als vanzelfsprekend. Maar dat is het NIET. Men moet juist zijn/haar waardering, gedachten, gevoelens "ZELF" kunnen uiten. En terwijl degene zelf waar het over gaat het nog kan horen, waarderen en reageren.
Meer dan de liefde hebben we niet. En zonder de liefde kunnen we niet groeien. Zonder de liefde kunnen we niet "echt" worden. Zonder de liefde zou ons haar nooit eraf geknuffeld kunnen worden. Zonder de liefde zouden wij lelijk zijn en blijven. Behandel anderen zoals jij behandeld wil worden. Vel geen oordeel. Geef men het voordeel van de twijfel totdat iemand het tegendeel bewijst.
De liefde die Gert-Jan en ik deelden met elkaar was zo-groot dat Gert-]an mij los kon laten. Mij de vrijheid geven om verlost te zijn van mijn pijn, ai doet dat hem verdriet. Naar een groter geschenk kan een mens niet verlangen. Mijn allerliefste Gert-Jan, ik bedank je voor je moed, je kracht, en, vooral, je LIEFDE.
-Steve-
