Aids op het podium - van hilarische act tot adembenemend drama
Het lijkt zo lang geleden. De muziektheatergroep De Softies verzorgde een kerstshow in het COC-theater te Amsterdam. Naar aanleiding van summiere berichten in de Amerikaanse pers over een mysterieuze ‘homoziekte’ speelden wij een cabaretact. Daarin raakte een onschuldige jongen op slag verliefd op zijn dokter, genaamd ‘dokter Kaposi’. Die had veel weg van het monster van Frankenstein. In de hilarische act weerklonk het ongeloof dat ons beving, toen we voor het eerst hoorden over de onbekende ziekte. Het was lachen, gieren, brullen. Wisten we veel, het was 1981.
Onze vrienden stierven nog niet bij bosjes, zoals in andere landen wel gebeurde. Het leek een ver-van-mijn-bedshow. Maar in Amerika was de hysterie over aids al rond 1985 op zijn toppunt. Rock Hudson ging dood. Brad Davis schitterde op Broadway in het polemische toneelstuk, ‘The Normal Heart’, over de gevolgen van aids. Jos Brink probeerde het grote publiek in Nederland wakker te schudden met zijn toneelstuk ‘Een Nieuwe Dood’, al in 1986, en dat is behoorlijk vroeg voor Nederlandse begrippen.
Het gezicht van aids
Maar pas rond 1990 raakten we echt gealarmeerd. Toen ging het snel. Aids eiste veel aandacht, energie en doden op. Hellun Zelluf (Geert Vissers) was erg succesvol met haar Gay Dating Show en Club Chique, tot de ziekte haar in 1992 fataal werd. Rond die tijd was het Love Ball in Amsterdamse discotheek De Roxy legendarisch. Feesten als een soort tegengif voor de oprukkende dood om ons heen. Vele vrienden, acteurs, dansers en musici werden slachtoffer van de niemand ontziende epidemie. Zoals pianist Youry Egorov, zanger Freddy Mercury, danser Rudolf Nurejev en de Nederlandse zanger René Klijn. Die laatste zorgde er met zijn fragiele tv-optreden bij Paul de Leeuw voor, dat heel Nederland doordrongen raakte van het drama aids. Aids had een gezicht gekregen. Het was 1993.
Veel podiumartiesten toonden zich solidair en traden gratis op om geld in te zamelen om de ziekte te bestrijden en mensen met aids beter te verzorgen. In 1995 was er de dansvoorstelling van Bill T. Jones, ‘Still/Here’, en de theaterperformances van Michael Matthews. Die laatste toonde zijn door aids aangetaste huid op indringende foto’s van Koos Breukel. Er brak in intellectuele kringen een polemiek uit over het begrip ‘slachtofferkunst’. Kunstenaars met aids hadden geen boodschap aan de ouderwetse scheiding van kunst en leven. Zij wilden hun urgente problemen zonder schaamte aan het publiek tonen. Zo ook Ron Athey, die Nederland schokte met zijn controversiële besmet-bloed-performance.
Het was 1996, het jaar van de komst van de combinatietherapie. Daarna ging alles beter.
Toch heeft aids nog steeds dramatische zeggingskracht. De voorstelling ‘Angels in Amerika’ door Toneelgroep Amsterdam in 2008 was een goed voorbeeld van adembenemend drama. En de onverwachte dood van Vera Springveer (Charles Lücker) bewijst maar weer eens, dat aids zijn verwoestende kracht nog lang niet heeft verloren.
Michiel Bollinger
theatermaker en tekstschrijver
